Feeds:
Berichten
Reacties

Gedicht Anja juli 2017

Een heel mooie mijmering van Anja tijdens een van haar vele ochtendwandelingen.

 

 

Onmisbaar

 

Onbewust nog van het leven
kwam ik krijsend in het bestaan
maar hoe moet het verder gaan
zou de toekomst alles geven?

Stapje voor stapje, keer op keer
leerde ik fietsen, zwemmen, lopen
mijn mogelijkheden lagen open
een weg terug is er niet meer.

Fantastische reizen, eenvoudig en puur
van Noord naar Zuid, van Oost naar West
zoveel culturen, zoveel talen

zoete herinneringen wat mij nog rest
gedachteloos wandelend rond te dwalen
de rust, de stilte, ’t is zeven uur.

 

Anja Massee

Een heel bijzonder gedicht van Annie, dat een diepe indruk achterlaat.

 

(foto: Annie en Wim Kessels)

 

Een late zomerdag

 

twee bomen oud en moe
zwaaien elkander koelte toe
bladeren droog met een waas van grijs
deinen op de wind en knikken wijs
alleen nog wiegen door de tijd
het is goed zo de tijd bevrijdt

 

Annie Kessels
zomer 1999

Gedicht An juli 2017

Vanuit het hart geschreven: helemaal eens met An!

 

 

“Vergissing”

 

Twee eeuwen oude perenbomen
stonden aan Stad te dromen
eventjes niet opgelet
is er de cirkelzaag ingezet
ze waren een sieraad met bloeiende kronen
voor allen die er rondom wonen
nu rouw ik omdat ze zijn afgezaagd
een vergissing die te laat wordt beklaagd
omdat ze niet op de groenlijst stonden
heeft het weiland nu twee grote wonden

 

An Cuijpers-Rutjens

 

Juli vakantiemaand! Peter en Anja hebben een bijzondere en indrukwekkende reis gemaakt naar Jordanië, Petra. Peter schreef dit mooie verslag over een van de vele indrukken die ze daar hebben opgedaan.

 

 

Bab es sik

 

Nog nauwelijks wakker schuiven we de taxi in. Weliswaar hebben we ontbijt gehad maar het is nu nog pas half zes! We willen bij de eersten zijn aan de ingang van de kloof. Onze gids heeft verteld hoeveel de taxi mag kosten, niet meer dan 1 Dinar. Maar bij de ingang van het terrein protesteert de chauffeur toch dat dit niet genoeg is. Het beste is je niets van het protest aan te trekken, gewoon uit te stappen, “Shukaran” te zeggen en weg te lopen.

Na het kaartje kopen moeten we nog een heel eind lopen voordat we de kloof ingaan. Deze heet hier natuurlijk niet zomaar “kloof” maar “Bab es Sik”, hetgeen ik persoonlijk vertaal als “het begin van de betovering”. Het is nog steeds zeer vroeg en betrekkelijk kil: ik kan mijn trui plus windjack goed gebruiken. In de Sik, waarvan de wanden zeker 40 meter hoog zijn en die steeds smaller wordt, is het schemerig. Het pad is eer ongelijk zodat je goed uit moet kijken waar je loopt. Hoewel onze gids onderweg veel uitlegt willen we verder, verder. Hier is het belommerd maar we weten waarvoor we hier zijn: verder, verder. De kloof wordt nog smaller en smaller zodat we steeds meer als ganzen achter elkaar moeten lopen. We worden steeds stiller van de spanning van wat komen gaat.

De kloof wordt zo smal dat het zeker lijkt te zijn dat we straks helemaal klem zullen zitten. Sommigen van de groep gaan wat sneller lopen om het als eerste te kunnen zien, maar dat willen we allemaal. Doordat de Sik nog steeds smaller wordt en de steen van de wanden heel donkergrijs is, wordt het ook steeds schemeriger.

Maar dan opeens ziet de voorhoede het! De kloof gaat wijken en ineens krijgen we uitzicht op het schathuis. Tussen de grijze rotsen zien we ineens een rozerode façade opdoemen met Korinthische zuilen, waar de eerste zonnestralen overheen spelen: El Khazne Firaun. Vanuit de schemerdonkere omgeving lijkt het of daar een fel vuur woedt. Hier zijn we voor gekomen.

Maar even later, als we helemaal uit de kloof zijn gekomen en voor het schathuis staan, blijkt dit veel meer te zijn dan een schitterende façade en we moeten van onze verbazing bekomen. In de loop van de dag blijkt trouwens dat achter de Sik een heel dal vol ligt met de meest wonderschone ruïnes in rozerood en dat je hier veel meer dan 1 dag door kunt brengen. Dit is namelijk pas het begin van Petra, het hoogtepunt van onze reis.

 

Peter Massee
Juni 2000

 

Een toevallige ontmoeting inspireert Annemiek tot een mooie gedachte.

Blikveld

 

Grijze, dikke duif
Balancerend op de schutting
Zweem van donzig wit
Frivool opwaaiend in de wind

We beloeren elkaar
Ik vanachter het keukenraam
De duif alert daar op die schutting
We lijken op elkaar

Ik verf mijn grijze haren……

 

Annemiek Korsten

 

Hoe verleidelijk is iets dat niet mag… een zeer herkenbare en sterke klassieke van Annemiek.

 

 

Haags Hopje

Blinkend blik, verboden vrucht
Pronkend op de kast
Het wakend oog de kamer uit
Geen mens die op ons past

Blinkend blik, verboden vrucht
Door jou krijg ik vást straf
Het dekseltje springt, floep, omhoog
En ik ga overstag

Blinkend blik, verboden vrucht
Ik ruik de koffiegeur
Het smaakt zó fijn om stout te zijn
O jee, de kamerdeur

Blinkend blik, verboden vrucht
Haags Hopje in de keel
Moeder komt de kamer in
Een oorvijg is mijn deel

 

Annemiek Korsten
28 februari 1999

Gedicht Peter juni 2017

Voor deze zomer al een luxe hotelvakantie geboekt? Peter bekijkt die eens van een andere kant..

 

Spiegel

Ik ben een spiegel
in het Amstel hotel
ik zal u vertellen over alles wat ik zie
ik hang steeds stil te kijken
niemand schaamt zich voor mij
maar daarom juist
niets ontsnapt mijn blik

Iedere morgen zie ik
het kamermeisje bezig
met opmaken van het bed
soms is dat erg slordig
maar ik weet waarom
De liefde is erin bedreven
en ook het voorspel heb ik gevolgd
want ik blijf kijken
wat er ook gebeurt

Hoe zij haar kleren aflegt voor hem
dat volg ik op de voet

Maar waar ik echt
een hekel aan heb is de man die
’s morgens voor mij staat
Zijn wangen vol schuim
Het mes in zijn hand

Ook dat moet ik volgen
maar tegen mijn zin
want hij heeft haast
of geen geduld
Dan zie ik even later
niet meer heel scherp,
een klodder schuim
ontsiert mijn vlekkeloos aangezicht
Voorwaar ik zeg u
een spiegel in het Amstel
heeft het heus niet licht.

Peter Massee

Het seizoen van examenfeesten en tuinfeesten is begonnen. Maar als José in de maand van de thriller over een feest schrijft, is dat natuurlijk geen gewoon feest…

 

 

Schuurfeest

De dikke lucht was zwanger van een rottingsgeur.
Hij probeerde zijn adem in te houden maar het was al te laat. Als een parasiet kleefde de reuk aan de binnenkant van zijn neus. Hij proefde het zelfs! Kokhalzend boog hij voorover en zette zijn handen op zijn knieën. Zijn maag hobbelde als een op hol geslagen paard door zijn lijf en hij probeerde uit alle macht om zijn ontbijt binnen te houden.
Pierre was ondertussen al heel wat gewend sinds hij 28 jaar geleden bij de politie begon. Langzaam maar doelbewust was hij opgeklommen tot de rechercheur met het hoogste aantal opgeloste zaken. Maar dit specifieke geval tartte alle waanzin die hij ooit had gezien.

De afgelegen boerderij met zijn vlakke akkers, omringd door een prachtig bosgebied, lag nou niet bepaald in een buurt waar veel mensen kwamen. Het was dan ook puur toeval dat een wandelaar alarm had geslagen.
Duizenden vliegen had ze gemeld. Misschien zelfs wel miljoenen. Niet normaal zoveel als er uit de kleine kier van de aangrenzende schuur waren gekomen. Daar moest wel iets niet in de haak zijn.
Het leek wel alsof er een schuurfeest voor insecten aan de gang was…

Hij had op het bureau al gecheckt wie er woonde en wat voor soort boerderij het was. Voornamelijk akkerbouw, groenten zo stond er in de archieven. Een alleenstaande boer van 60+, de eigenaar sinds 1979. Hij stond bekend als een zonderling figuur, een soort kluizenaar.
Alleen de vrachtwagenchauffeur van de veiling kwam er wel eens om de oogst op te halen maar dan verbleef de boer blijkbaar in zijn woning en liet zich niet zien. Het gerucht verspreide zich zelfs dat de boer wellicht een oerlelijke boerin zou zijn, of misschien iemand die ooit de behoefte had gehad om zich te verstoppen voor de overheidsinstanties – een gevluchte crimineel of erger nog. Onzin natuurlijk, het was waarschijnlijk iemand die het niet zo op andere mensen had voorzien. ‘En geef hem eens ongelijk’, dacht Pierre, ‘De hele wereld is verrot’. En zo te ruiken was dat zelfs tot hier doorgedrongen…

Hij liep naar buiten terwijl hij de vliegen van zich af probeerde te slaan. Een fikse teug lucht bracht enigszins verlichting voor zijn arme maag. De deur van het woongedeelte was nu niet bepaald een exemplaar dat aan de veiligheidsnormen voldeed en hij hoefde dan ook maar een flinke schouderduw te geven en het hele geval denderde uit zijn scharnieren en viel plat achterover de smalle gang in. Een stofwolk verspreide zich door het muffig ruikende huis. Vastberaden liep hij door en opende deur na deur maar er was geen levende ziel te bekennen.
Toen hij uiteindelijk de leefkeuken bereikte zag hij een verfrommeld blaadje op het aanrecht liggen.
Hij vouwde het open en las:

Genoeg! Ze komen mijn neus uit.

Ik kan het niet meer aan. Voor wie dit leest, het spijt me, maar ik ben met de noorderzon vertrokken en het interesseert me geen bal wat je met de boerderij doet maar de geur van te lang gedragen wollen sokken – natte hond of schimmelige ruimtes komt me ondertussen duchtig mijn strot uit…

Tabee!

Pierre kon zich er iets bij voorstellen, nam zijn telefoon en belde naar de gemeente.
“Stuur je iemand naar het perceel aan de Slofferstraat nr. 64? Een totale ontruiming ja, en neem meteen iemand mee die de boel kan ontsmetten a.u.b. Het ligt hier vol lijken en de stank is overweldigend. Dank je”.

Hij wierp nog een blik in de schuur terwijl hij een zakdoek voor zijn mond hield.
Walgelijk hoe al die dooie vliegen zich hadden opgehoopt op de tonnen rottende tuinbonen.
Weerzinwekkendste geur die hij zich kon bedenken, tuinbonen!

 

©José 24-01-2017
N.a.v. Een combi van Dagwoorden (23 en 24 januari):
#Verspreiden en #Ongelijk

Smakelijk eten 😉

Bij deze tropisch warme dagen past een luchtig gedicht. Dat is Annemiek wel toevertrouwd.

 

 

De boezemvriend

 

Ik ben een echte boezemvriend,
een steun voor jong en oud.
Ik ben door iedereen gewild:
verliefd, verloofd, getrouwd.

Ik ben een echte boezemvriend,
gestreeld door menig hand.
Ik ben een lust voor ieders oog:
charmant, sportief, pikant.

Ik ben een echte boezemvriend,
groot én klein telt mee.
Ik houd ze stevig in bedwang:
A, B, C of D.

 

Annemiek Korsten
27 april 1999

Gedicht José mei 2017

Schrijven over het schrijven zelf: José doet een dappere poging.

 

 

Ongekunsteld

 
Bijna schreef ik op een velletje,
de behoefte was intens,
maar mijn pen bleef dralen

Papier bleef akelig leeg,
omdat de zielloze woorden
geesteloos door mijn hoofd zweefden

Een wirwar van symbolen,
een onsamenhangende lettervermicelli,
afzonderlijk ronddobberend

Geen samenvoegingen,
absolute stilzwijgendheid,
zomaar wat taaltekens

In stilte stamelde ik woorden
enthousiasme wakkerde aan,
helaas, niemand die het hoorde

Schrijven vanuit gevoel,
gedreven door prikkeling,
komt onbevangen en spontaan

 
©José Bergh – Berben