Feeds:
Berichten
Reacties

Gedicht An juni 2018

Even een huishoudelijke mededeling: vanaf deze week vinden jullie ons privacyreglement onder de tab Welkom

 

En dan nu weer over tot de orde van dag. Een typisch An-gedicht: bedrieglijk eenvoudig, bondig en altijd een originele twist!

 

 

Zomerregen daalt over mij neer
dikke lauwe regendruppels
vallen in het blauw meer
zachtjes sputteren ze tegen
want ze willen niet verdrinken
dan zijn ze geen regen meer.

 

An Cuijpers-Rutjens

Advertenties

Juni: maand van de Thriller oftewel tijd voor de Spannende Boeken Weken! Daarom trakteren wij traditiegetrouw op een “niet zo lieflijk” verhaal van onze José…

 

 

Lieflijk

 

Dikke lauwe regendruppels vallen als schitterende diamanten op haar donkere, lange wimpers.
Het vroege, nu al warme ochtendzonnetje kust voorzichtig haar koele huid alsof het bang is het fabelachtige tafereel te verstoren. Haar aquamarijn blauwe ogen staren. De hemelsblauwe lucht tovert lichte schaapjeswolken tevoorschijn in allerlei figuurtjes, voortgedreven op een zomers briesje dat lijkt te zuchten van genot. Hij bekijkt met een glimlach hoe haar hazelnootbruine lange krullen als een stralenkrans om haar hoofd zijn gedrapeerd terwijl ze op een bed van gevallen bladeren ligt.
Haar zwoele rode lippen staan enigszins open zodat het hemelwater er mondjesmaat zijn weg door kan vinden. Haar kleine wipneusje staat scheef, het enige rebelse dat haar gezicht ietwat grotesk doet lijken. Bijna heeft hij spijt, maar hij zal haar nu toch echt alleen moeten laten.
‘Werk aan de winkel’, verzucht hij.
Bedachtzaam drukt hij zijn lippen op haar mond en fluistert teder,
‘Bedankt voor de heerlijke nacht, je bent adembenemend.’
Een laatste streling over haar hoofd en hij verdwijnt uit het park.

Snel brengt hij de vuilniszakken aan boord van zijn kotter, haalt het anker op en vaart uit.
Hij heeft er een gewoonte van gemaakt om de vissen te voeren, de vangst lijkt daardoor wel verdubbeld.

 

‘Alex!!’, de ijselijke schreeuw van zijn vriendin Max gaat door merg en been. Hij rent als een hazewindhond naar haar toe. Joggen verandert in hardlopen.
Max kotst haar maag ongeveer uit haar lijf. Alex kijkt en deinst meteen vol walging een paar stappen achteruit. Een paar aquamarijn blauwe ogen kijken hem aan, alsof ze zich wil verontschuldigen voor het gruwelijke schouwspel. Het afgehakte, oogverblindend mooie hoofd zou op een lijf horen te zitten…

 

©José Bergh – Berben
April 2018

Gedicht Resi juni 2018

Soms kunnen wij er gewoon niet omheen om een hartenkreet,

zoals deze van Resi, te delen.

 

Stil verdriet

mijn binnenste wordt uitgehold
voor geldelijk gewin
mijn bodemschatten gaan teloor
dit is slechts het begin

mijn bossen worden omgehakt
weg zijn de zuurstofmakers
dieren raken hun woonplek kwijt
waar blijven mijn aardbewakers?

mijn zeeën worden leeggeroofd
met bekwame handigheid
door drijvende fabrieken
in een mum van tijd.

het is toch algemeen bekend
dat ’t ijs smelt op mijn polen
de waterspiegel komt omhoog
jullie krijgen natte zolen

onrust waart er op mijn bol
men gaat elkaar te lijf
dit kan echt zo niet verder gaan
dat staat toch buiten kijf.

mijn angst ligt in de toekomst
wat zal er gaan gebeuren
dikke lauwe regendruppels
zijn het teken van mijn treuren

mijn verdriet ligt in de buien
die over wei en akker gaan
waak dus steeds over mijn zijn
opdat mijn wezen blijft bestaan

Resi Faessen-Teeuwen

Peter en Anja hebben samen verschillende prachtige verre reizen gemaakt. Deze vakantieherinnering is wel bijzonder…

 

 

Skelet

Het is niets meer dan een oneffenheid
niets meer dan een silhouet
in het gulle mulle zand
Wat hier voor me ligt
in het voorspel van de dag
is volledig gestorven
weggevaagd
eenzaam achtergebleven
in de scherpte van een gierenoog

Er omheen is alles hetzelfde
de wind, de sporen,
de rode rotsen
Steen is tijd
en het skelet ligt daar
in onbeweeglijk geduld

Anja Massee
Augustus 2000

Oma of opa zijn, is een groot cadeau. Anja brengt dat prachtig onder woorden.

 

 

Kinderhandjes

 

Ik zie jouw handjes…

schrijvend…    met ballpoint op witte muren
geklemd…    om stangen, jouw voetjes van de vloer
schilderend…    de spiegels vol vette vaseline
plukkend…    de madeliefjes voor jouw moeder
spetterend…    met water in het bad
vuistjes makend…    voor de grote aanval
omhoog gestoken…    jouw lengte bepalend
nog zo onhandig…    bij het eten van jouw soep
knippend…    in jouw lakens
zoekend…    naar veiligheid bij ’t oversteekpad
rood gebrand…    van het nog hete fornuis
grijpend…    naar de mijne, lopend over een smal randje
bewegend…    in de lucht want je wilde vliegen als Batman
onderzoekend…    in de grotemensenwereld
geklemd…    om je vader, terwijl je op zijn schouders troont
knuffelend…    met je beer in bed

Ik voel jouw handjes om me heen geslagen
terwijl jouw lipjes fluisteren
“Oma je bent zo lief”

 

Anja Massee
Februari 2000

Gedicht An mei 2018

De IJsheiligen zijn voorbij en An heeft duidelijk zin in de zomer.

Wie niet?!

 

 

Dikke lauwe regendruppels
dalen uit de zomerluchten
knoppen gaan open van genot
en ik hoor de bloemen zuchten
bloeien is hun levenslot
zo maken ze mensenkinderen blij
hun kleuren tonend in de mei.

 

An Cuijpers-Rutjens

Het is bijna Moederdag, speciaal voor alle moeders dit keileuk en hartverwarmend verhaal van Terry. Over een moeder-zoon onderonsje. En een hond…

 

 

Sam en Toets, een lekker duo!

Het is een schat van een vent. Vaak een lust, soms een last. ‘t Twinkelen van z’n ogen bij het wakker worden, maakt mijn dag al zonnig. Als een vulkaan, barstend van energie, springt hij uit bed. Zijn lavastroom achterlatend. Alles wat zijn grijphandjes te pakken krijgen, wordt voorzien van zijn handtekening: beplakt met lijm, bewerkt door zijn “reparatiekistje” of voorzien van blauwe, gele of rode stift.

Onze kleine knul van twee heeft één grote liefde: onze hond Toets, een Engelse Cockerspaniël. Elke morgen bij het weerzien wordt ze uitbundig geknuffeld en bij de oren gepakt, waarin hij liefdevol fluistert: “Toetsie-floetsie”. Dit herhaalt zich de hele dag, in allerlei variaties. Wanneer Toets niet achter Sam aanloopt – vooral tijdens koffietijd – dan stort Sam zich wel liefkozend op Toets in d’r mand.

Tijdens het koffiedrinken deze morgen kiest hij zijjn favoriete snoepgoed, een lolly. Kwijlend loopt Toets achter hem aan. Even later komt Sam me teleurgesteld melden dat hij zijn lolly kwijt is. “Kan um nie meer finde” spreekt hij radeloos met opgeheven handjes. Na een zoektocht binnenshuis, zit er niets anders op dan Sam nog eens in de trommel te laten graaien. Na mijn koffiepauze komt hij huilend binnen. “Weer …. lolly … kwijt” snikt hij. “Dit is de ochtend van het lollymysterie” bazel ik verbaasd. Een overval door lolly-mieren? Lolly etende tuinplanten?

Tikkende hondenpoten in de bijkeuken, Toets komt binnen. Sammetjes ogen twinkelen bij het zien van Toets. Zijn grote liefde heeft het mysterie ontrafeld: aan elk oor bungelt een lolly! Hij knuffelt haar uitbundig en trekt de lolly’s van haar oren. “Toetsie-floetsie”!

 

Terry van Lierop
22 augustus 2001