Feeds:
Berichten
Reacties

Een toevallige ontmoeting inspireert Annemiek tot een mooie gedachte.

Blikveld

 

Grijze, dikke duif
Balancerend op de schutting
Zweem van donzig wit
Frivool opwaaiend in de wind

We beloeren elkaar
Ik vanachter het keukenraam
De duif alert daar op die schutting
We lijken op elkaar

Ik verf mijn grijze haren……

 

Annemiek Korsten

 

Hoe verleidelijk is iets dat niet mag… een zeer herkenbare en sterke klassieke van Annemiek.

 

 

Haags Hopje

Blinkend blik, verboden vrucht
Pronkend op de kast
Het wakend oog de kamer uit
Geen mens die op ons past

Blinkend blik, verboden vrucht
Door jou krijg ik vást straf
Het dekseltje springt, floep, omhoog
En ik ga overstag

Blinkend blik, verboden vrucht
Ik ruik de koffiegeur
Het smaakt zó fijn om stout te zijn
O jee, de kamerdeur

Blinkend blik, verboden vrucht
Haags Hopje in de keel
Moeder komt de kamer in
Een oorvijg is mijn deel

 

Annemiek Korsten
28 februari 1999

Voor deze zomer al een luxe hotelvakantie geboekt? Peter bekijkt die eens van een andere kant..

 

Spiegel

Ik ben een spiegel
in het Amstel hotel
ik zal u vertellen over alles wat ik zie
ik hang steeds stil te kijken
niemand schaamt zich voor mij
maar daarom juist
niets ontsnapt mijn blik

Iedere morgen zie ik
het kamermeisje bezig
met opmaken van het bed
soms is dat erg slordig
maar ik weet waarom
De liefde is erin bedreven
en ook het voorspel heb ik gevolgd
want ik blijf kijken
wat er ook gebeurt

Hoe zij haar kleren aflegt voor hem
dat volg ik op de voet

Maar waar ik echt
een hekel aan heb is de man die
’s morgens voor mij staat
Zijn wangen vol schuim
Het mes in zijn hand

Ook dat moet ik volgen
maar tegen mijn zin
want hij heeft haast
of geen geduld
Dan zie ik even later
niet meer heel scherp,
een klodder schuim
ontsiert mijn vlekkeloos aangezicht
Voorwaar ik zeg u
een spiegel in het Amstel
heeft het heus niet licht.

Peter Massee

Het seizoen van examenfeesten en tuinfeesten is begonnen. Maar als José in de maand van de thriller over een feest schrijft, is dat natuurlijk geen gewoon feest…

 

 

Schuurfeest

De dikke lucht was zwanger van een rottingsgeur.
Hij probeerde zijn adem in te houden maar het was al te laat. Als een parasiet kleefde de reuk aan de binnenkant van zijn neus. Hij proefde het zelfs! Kokhalzend boog hij voorover en zette zijn handen op zijn knieën. Zijn maag hobbelde als een op hol geslagen paard door zijn lijf en hij probeerde uit alle macht om zijn ontbijt binnen te houden.
Pierre was ondertussen al heel wat gewend sinds hij 28 jaar geleden bij de politie begon. Langzaam maar doelbewust was hij opgeklommen tot de rechercheur met het hoogste aantal opgeloste zaken. Maar dit specifieke geval tartte alle waanzin die hij ooit had gezien.

De afgelegen boerderij met zijn vlakke akkers, omringd door een prachtig bosgebied, lag nou niet bepaald in een buurt waar veel mensen kwamen. Het was dan ook puur toeval dat een wandelaar alarm had geslagen.
Duizenden vliegen had ze gemeld. Misschien zelfs wel miljoenen. Niet normaal zoveel als er uit de kleine kier van de aangrenzende schuur waren gekomen. Daar moest wel iets niet in de haak zijn.
Het leek wel alsof er een schuurfeest voor insecten aan de gang was…

Hij had op het bureau al gecheckt wie er woonde en wat voor soort boerderij het was. Voornamelijk akkerbouw, groenten zo stond er in de archieven. Een alleenstaande boer van 60+, de eigenaar sinds 1979. Hij stond bekend als een zonderling figuur, een soort kluizenaar.
Alleen de vrachtwagenchauffeur van de veiling kwam er wel eens om de oogst op te halen maar dan verbleef de boer blijkbaar in zijn woning en liet zich niet zien. Het gerucht verspreide zich zelfs dat de boer wellicht een oerlelijke boerin zou zijn, of misschien iemand die ooit de behoefte had gehad om zich te verstoppen voor de overheidsinstanties – een gevluchte crimineel of erger nog. Onzin natuurlijk, het was waarschijnlijk iemand die het niet zo op andere mensen had voorzien. ‘En geef hem eens ongelijk’, dacht Pierre, ‘De hele wereld is verrot’. En zo te ruiken was dat zelfs tot hier doorgedrongen…

Hij liep naar buiten terwijl hij de vliegen van zich af probeerde te slaan. Een fikse teug lucht bracht enigszins verlichting voor zijn arme maag. De deur van het woongedeelte was nu niet bepaald een exemplaar dat aan de veiligheidsnormen voldeed en hij hoefde dan ook maar een flinke schouderduw te geven en het hele geval denderde uit zijn scharnieren en viel plat achterover de smalle gang in. Een stofwolk verspreide zich door het muffig ruikende huis. Vastberaden liep hij door en opende deur na deur maar er was geen levende ziel te bekennen.
Toen hij uiteindelijk de leefkeuken bereikte zag hij een verfrommeld blaadje op het aanrecht liggen.
Hij vouwde het open en las:

Genoeg! Ze komen mijn neus uit.

Ik kan het niet meer aan. Voor wie dit leest, het spijt me, maar ik ben met de noorderzon vertrokken en het interesseert me geen bal wat je met de boerderij doet maar de geur van te lang gedragen wollen sokken – natte hond of schimmelige ruimtes komt me ondertussen duchtig mijn strot uit…

Tabee!

Pierre kon zich er iets bij voorstellen, nam zijn telefoon en belde naar de gemeente.
“Stuur je iemand naar het perceel aan de Slofferstraat nr. 64? Een totale ontruiming ja, en neem meteen iemand mee die de boel kan ontsmetten a.u.b. Het ligt hier vol lijken en de stank is overweldigend. Dank je”.

Hij wierp nog een blik in de schuur terwijl hij een zakdoek voor zijn mond hield.
Walgelijk hoe al die dooie vliegen zich hadden opgehoopt op de tonnen rottende tuinbonen.
Weerzinwekkendste geur die hij zich kon bedenken, tuinbonen!

 

©José 24-01-2017
N.a.v. Een combi van Dagwoorden (23 en 24 januari):
#Verspreiden en #Ongelijk

Smakelijk eten 😉

Bij deze tropisch warme dagen past een luchtig gedicht. Dat is Annemiek wel toevertrouwd.

 

 

De boezemvriend

 

Ik ben een echte boezemvriend,
een steun voor jong en oud.
Ik ben door iedereen gewild:
verliefd, verloofd, getrouwd.

Ik ben een echte boezemvriend,
gestreeld door menig hand.
Ik ben een lust voor ieders oog:
charmant, sportief, pikant.

Ik ben een echte boezemvriend,
groot én klein telt mee.
Ik houd ze stevig in bedwang:
A, B, C of D.

 

Annemiek Korsten
27 april 1999

Schrijven over het schrijven zelf: José doet een dappere poging.

 

 

Ongekunsteld

 
Bijna schreef ik op een velletje,
de behoefte was intens,
maar mijn pen bleef dralen

Papier bleef akelig leeg,
omdat de zielloze woorden
geesteloos door mijn hoofd zweefden

Een wirwar van symbolen,
een onsamenhangende lettervermicelli,
afzonderlijk ronddobberend

Geen samenvoegingen,
absolute stilzwijgendheid,
zomaar wat taaltekens

In stilte stamelde ik woorden
enthousiasme wakkerde aan,
helaas, niemand die het hoorde

Schrijven vanuit gevoel,
gedreven door prikkeling,
komt onbevangen en spontaan

 
©José Bergh – Berben

 

Moeders zijn van alle markten thuis… Annemiek demonstreert een fraai staaltje organisatietalent!

 

 

Aardappelmoeheid

 

Wat eten we, wat eten we,
heeft iemand een idee?
rösti, schijfjes, au gratin
of wordt het toch puree?

Wat eten we, wat eten we,
ik ben die piepers zát.
Iedere dag dezelfde kost:
gekookt, geprakt, patat.

Ik droom van Foe Yong Hai met kreeft,
van Spaanse pot-au-feu,
moussaka, pizza, tacosaus
en malse cordon bleu.

Wat eten we, wat eten we,
het blijft de grote vraag.
Het is al bijna kwart voor zes,
we eten frites vandaag!

 

Annemiek Korsten
19 maart 1999