Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Schrijverskring Ospel’ Category

Zomaar een bezoek, zomaar samen zitten in de tuin: een dromerig, gevoelig gedicht van Anja. Tijdloos en een oase van rust in deze woelige coronatijden.


Geuren en geluiden komen en gaan

van huis naar huis

Een vriendelijk landschap

waar paarden met wapperende manen

de lente aankondigen



In haar kleine tuin

Heeft ze rozen

heel veel rozen

en één sering geplant



In de omringende keien paradijzen

is het een oase van rust

Hoog in de lucht

volgen we een vogel

tot aan de horizon



Op haar bankje gezeten

plukken we haar herinneringen

Min moeder was ook dol op rozen, zegt ze

en op zaterdag voor de processie

verzamelden de meisjes

de rozenblaadjes



Ik kijk naar haar

en zie de verbaasde bijen

stilvallen in de overrijpe rozenkelken



Anja Massee, januari 2006

Read Full Post »

De Grote Poets! Wat lijkt dat nu voor ons vele planeten en lichtjaren ver weg! Toen de rollen van man en vrouw nog héél duidelijk waren en het dagelijkse leven veel trager en eenvoudiger… Een leuk gedicht van Anja.


Opgeruimd staat netjes

 

Poetsen, poetsen, poetsen

’t voorjaar komt eraan

De vrouw is in extase

De man… moet efkes gaan

 

Schuren, dweilen, boenen

van boven naar benêe

Ze fluit en zingt de hele dag

en werkt wel voor twee

 

Fietsen, vissen, kaarten:

ze wijst de man de deur

Kriebels in de lente

en verder geen gezeur

 

Zo was het vroeger,

de kachel ging uit

het huis moest schoon

dat duurde enkele dagen

Maar dat was heel gewoon

 

Maar vandaag de dag is iedereen

DRUK DRUK DRUK

We leven veel te snel

Uren worden minuten

en minuten slechts een tel

 

Anja Massee november 2006

 

Read Full Post »

Annie geeft in knappe woorden weer hoe het machtigste donker uiteindelijk toch wijkt voor het zwakste lichtpuntje. Wij schenken jullie graag haar symbolische kaars, die beslist schijnt in deze moeilijke en verwarrende tijden!

 



Vluchten kan niet meer…



Een grauwsluier hangt over het land

verkilling vreet naar binnen

eenieder zoekt warmte bij mekaar

wil veilig nestelen en onderdak

maar de mensheid talmt, kijkt toe

door de vensters van begrenzing


wereld’leiders’ nemen wraak

wijzen verantwoordelijkheid af

strijden hun ego’s aan flarden


en intussen


leunt haar hoofdje op mijn borst

oogjes zonder kracht gesloten

ze ademt mee in mijn ritme


zwakke wolkjes kostbaar leven

op zoek naar een lichtpunt

in de grauwsluier over het land


Wie ziet dit tere signaal?



Annie Kessels

November 2021

Read Full Post »

Wie herkent het niet: de trots en het grote plezier van opa’s en oma’s?!

Onze An beschrijft haar liefde voor haar kleinkinderen in lieve en eenvoudige woorden.

 

Ze is mijn hartenlapje

en mijn hartendief

met haar appelwangen als een zoet Veentje

honingkleurige dikke lokken

zo fris als een regendruppel

de bloesem van mijn ouderdom

zij is mijn jongste kleindochter



An Cuijpers november 2006

Read Full Post »

Net zoals eerder in de coronaperiode, hebben wij van de SKO besloten om voorlopig geen lijfelijke bijeenkomsten te houden. En net zoals toen, gaan wij weer contact met elkaar houden via de e-mail. Elke week sturen wij om de beurt een anekdote, spannend kort verhaal of mooi gedicht. Net zoals in het boek Decamerone.

Bij wijze van uitzondering vandaag een bijdrage van buiten de SKO. Het is een ontroerend sfeerlied over Allerzielen. Het lied won ooit de jaarprijs als beste Vlaams lied. Wij hopen dat jullie er net zo van genieten en onder de indruk zijn dan wij.

Stream Eleven Forty Seven – Als De Blaajer Van November (jopie) van George Truyen | Luister gratis online op SoundCloud

 


DE BLAAJER VAN NOVEMBER


Es de blaajer van november hunne tieëd hubbe gehad

vilt er uig un stukske stilte in de straote van de stad

En vae luipe get veurleure, kieëke druimend om os heen

en vae misse weer die minse die dur jaomer neet mieër zeen

Tusse twieë pöt met chrysante luipe vae dan deur de stad

es de blaajer van november hunne tieëd hubbe gehad


Es de hemel van november steit te reigne in de stad

dinke vae weer aan die minse die vae hubbe leefgehad

En ich weit neet good wat (te) zegge, ‘ch heb un bleumke zjust weej gae

want un bleumke zeet nog altieëd  hongerdduuzend kieëre mieë

In de reigen van november trekke vae van uut de stad,

same nao deej leuj van vreuger die vae hubbe leefgehad


Es vae later in november uzze tieëd hubbe gehad

en vae ligge dao te ruste in ut weste van de stad

staon oos kinjer met un bleumke get te momple teegenein

En zoeë zeen vae in november weer ins allemaol beejein

’s Leevenhieër wol waal zegge det ving ich de sjuunste stad

want dao hubbe zich de minse toch ut meiste leef gehad


Es de blaajer van november hunne tieëd hubbe gehad

vilt er uig un stukske stilte in de straote van de stad

En vae luipe get veurleure, kieëke druimend om os heen

en vae misse weer die minse die dur jaomer neet mieër zeen

Tusse twieë pöt met chrysante luipe vae dan deur de stad

es de blaajer van november hunne tieëd hubbe gehad





Herman Hendrix, Eleven Forty Seven

2005

Read Full Post »

Karin heeft géén Marie Kondo nodig om het probleem “opruimen” te lijf te gaan. Tenminste, dat meent ze…

 


Lijstje van nog op te ruimen spullen


1. Veertien oude studieboeken die al jaren onaangeroerd op de plank staan.

Maar ja, mijn boekenkast ziet er zo wèl heel indrukwekkend uit. Toch maar niet wegdoen.

2. Mijn twee oude spijkerbroeken die tot op de draad versleten zijn.

Maar ja, zolang ze mij nog passen, ben ik niet zwaarder geworden en dat is toch wel een prettige mentale opsteker. Maar niet wegdoen dus.

3. Mijn oudste pyjama die vréselijk uit de tijd is en eigenlijk het stadium van poetslap heeft bereikt. Maar ja, ik slaap nooit zo lekker dan net in deze pyjama. Mag dus nog 1 winter blijven.

4. Een stapel verjaardagskaarten die ik de laatste jaren heb gekregen.

Maar ja, gooi ik die weg dan is het net of ik mijn vrienden en familie méé weggooi. Niet doen dus.

5. Twee-en-een-half paar sokken met ieder 1 gat in de buurt van de grote teen.

Maar ja, die hadden nu net zo een leuk patroontje. Vooruit dan, bewaren om de schoenen mee uit te poetsen.

6. Over schoenen gesproken… die zomersandaaltjes zijn al meer dan eens verzoold, de hakken zijn al eens geplakt en van het uitgedroogde leer word ik nu toch wel erg droevig.

Misschien voor een toneelstukje bewaren? Zucht, vooruit dan.

7. Mijn wel heel oude rammelfiets.

Maar ja, mijn nieuwe fiets is al eens een keer gestolen en toen was ik blij met mijn oud karretje als reserve. Toch wel handig… nee, maar niet wegdoen.

8. De driekwart tablet Aldi-chocolade die in de kast ligt en volgens de verpakking maar tot afgelopen week houdbaar was. O nee, die gooi ik zéker niet weg. Nu heel gauw opeten dus.

Weet je, opruimen is op deze manier best wel leuk. Je maakt tegelijkertijd psychisch ook een mooi proces door he. Ik denk dat ik dat eens vaker ga doen. Opgeruimd staat toch wel netjes.

Karin Vossen, 5 november 2006

Read Full Post »

Recht uit haar hart en met een heldere boodschap: aan deze woorden van An is helemaal niets toe te voegen!



Begin



Elk begin is het begin van een einde

als je het door een donkere bril bekijkt


Maar kijk je door de roze bril zodat je niet

bij het begin al bijna bezwijkt


Er is tussen die twee zoveel te genieten

laat het maar komen en deel het maar uit


Dan zul je zelf je deel ook ontvangen

wie goed doet ook goed ontmoet


Mijn deel van geluk, mijn deel van pijn


Mijn leven zou ik niet willen ruilen

ik zal met alles tevreden zijn



An Cuijpers-Rutjens

Read Full Post »

Het is bijna Haloween: de liefhebbers kijken er al naar uit! Daarom vandaag een mooi en adembenemend verhaal van José dat helemaal in die sfeer past.



Danse macabre


Donkere wolken pakken zich samen terwijl de duisternis alles op lijkt te slokken.

Lichte regen daalt als zilte tranen op het ondoordringbare bladerdek van de bomen die bescherming bieden aan de eenzame figuur die met opgeslagen kraag over het kerkhof dwaalt.

Geluidloos loopt hij van steen naar steen, zijn donkere waakzame ogen aftastend, namen die hem niet raken.

Eén blik was genoeg geweest. Zijn hart had een sprong gemaakt alsof de bliksem insloeg bij het zien van zo’n pure schoonheid. De stilte om haar heen, de serene rust die ze uitstraalde. Hij had zich niet af laten schrikken door haar koude ogen, maar haar liefdevol verzorgd, opgetild en voorzichtig neergevlijd in haar nieuwe satijnen bed. Gelaten had ze het toegestaan, alsof het haar allemaal niets meer kon schelen. Ze was zo mooi. Een paar dagen later was hij met haar gaan rondrijden… onderweg vertellend over de schoonheid die hij zag, begeleid door een waterig zonnetje dat door de wolken piepte. Tot hij dan toch echt haar bestemming had bereikt, haar achterlatend in de kleine kring die afscheid van haar nam, iets dat hij absoluut niet kon… nooit!

Voetje voor voetje schuifelt hij verder totdat hij een eenzame treurwilg ontdekt in de verte.

Gestaag vervolgt hij zijn weg in die richting, ondertussen om zich heen spiedend of hij niemand ziet.

De boom biedt een prachtige bescherming voor zijn engeltje. De grillige zware takken lijken haar als een octopus te omarmen.

Voorzichtig laat hij zich op zijn knieën vallen en begint met zijn handen zorgvuldig de verse aarde te verwijderen.

Hij wil haar weer zien, zeggen wat hij voor haar voelt, samen met haar zijn, het liefst voor eeuwig.

Als hij uiteindelijk op het mahoniehouten deksel stuit, opent hij het en glimlacht bij het zien van zijn liefje. Hij klopt het zand van zijn kleding en haalt uit zijn binnenzak de capsule die hem naar haar zal brengen.

Consciëntieus verschuift hij haar koude lichaam een beetje en gaat bij haar liggen.

Zachtjes slaat hij zijn armen om haar heen en stopt de capsule in zijn mond. Met een klap trekt hij het deksel weer op zijn plaats en begint aan zijn laatste uitvaart, een zelf gekozen dodendans.

De treurwilg ziet het met lede ogen aan… de rust keert weer terug.


©José Bergh

Read Full Post »

Een wijs gedicht dat als een sprookje sprankelt… onze Resi ten voeten uit!



Het wonder van de stilte

 

 

Onlangs kreeg ik een flesje

gevuld met helemaal niets.

Ik dacht nog bij mezelf:

dat lege flesje is tenminste iets.

Het had een kurken stopje

dat ik voorzichtig met geduld

verwijderde en me verwonderde

dat het met stilte was gevuld.

Ik sloot het flesje vliegensvlug

om de stilte op te sluiten.

Mocht ‘t  in de toekomst nodig zijn,

laat ik het eventjes naar buiten.

Ik droom soms zachtjes voor me heen

met de stilte aan mijn zijde

haal dan vlug het stopje weg

om de inhoud te bevrijden.

Want wie de stilte waarderen kan

is meest een gelukkig mens

een beetje rust in de hectiek

blijft voor velen een stille wens.

©Resi Faessen-Teeuwen

Read Full Post »

Dit gedicht van An zou zo maar het begin van een spannend kinderboek kunnen zijn. Maar dan niet voorlezen net voor het slapen gaan natuurlijk.


Donker en dreigend liggen de bergen

met gekartelde ruggen,

als een slapende draak met rokende flanken

Hoe zou het zijn als hij ontwaakt?

Slaat hij dan met zijn staart

als een gesel de aarde?

Spuwt hij dan vuur als een toornige God?


Donker en dreigend ligt daar een draak

Ik maak hem niet wakker



An Cuijpers-Rutjens, oktober 2006

Read Full Post »

Older Posts »