Feeds:
Berichten
Reacties

Het dorp Grolloo is vooral bekend als thuishaven van Cuby and the Blizzards. Maar het prachtige oeroude Drentse platteland rondom, inspireerde Karin tot een sfeervol gedicht. 



Grolloo

 

Onze ogen tasten het loden wolkendek

en het volrijpe groen van het land af

De einder speelt weer ja speelt

met het verdiepende blauw

van de schemer


De lentedag verkrimpt

naar de grenzen van de nacht



Cirkels

van dampende nevels voorbij de weiden

sluiten sluipend het dorp

steeds kleiner in

Koeien

wachten gelaten hun slaap

Vogels

balanceren nog flierefluitend

op het dunne koord

van dit moment



Wij zwijgen, luisteren slechts

naar stap en adem

Wij zwijgen, onze harten

zijn zo vol van stilte



en geurende meidoorn



Karin Vossen, 23 mei 2005

Voor de ietsje oudere jongeren onder jullie: vandaag een prachtige jeugdherinnering van onze Annie. Even lekker zwijmelen in de nostalgie!

1960


Waterdruppels zoeken met schokjes een weg naar beneden

riviertjes maken kleine aftakkingen

in het landschap op ons keukenraam

de wereld achter het venster buigt, strekt

en houdt zich staand

ik tel de latjes van het houten voetenbankje

zes grijsgroene streepjes

onder de pantoffels van mijn oma

is de verf weggesleten

haar tenen steken over de rand

in de diepe kuil van haar schort

liggen harde spruitjes

en vele losse groene blaadjes

het mesje kerft een kruisje in elke spruit

en ieder plofje belooft iets lekkers

ik wil de haartjes tellen op haar vingers

en die op de zijkant van haar hand

groene snippers spruit vallen als

bloesemblaadjes

meer dan ik kan tellen

de accordeons van Schriebl en Hupperts

zingen Sarie Marais

zachtjes hoor ik haar neuriën



Annie Kessels

Hoe ziet jouw ideale wereld er uit? Onze Resi leefde zich heerlijk uit met die vraag. Met als resultaat een grappig en slim science fiction verhaal terug in de tijd…


Koeterwaals

Heel lang geleden leefde er op onze aarde een vreemd volkje. Ze hadden geen vaste woon- of verblijfplaats, maar ze woonden daar waar het leven hen bracht en ze verbleven nu eens hier en dan weer daar. Zo struinden ze eeuwenlang over onze aardkloot totdat ze in het hart van een van de huidige continenten alles vonden wat ze nodig hadden: vruchtbare grond, zoet water, een aangenaam klimaat en wat ze het allerbelangrijkst vonden, een vlakke bodem. Ze besloten dat hun toekomst hier zou komen liggen en dat ze niet continu meer wilden verkassen.

Hun nakomelingen leven er na vele, vele generaties nog steeds. Het zijn de Koeterwalen, die als voertaal het Koeterwaals gebruiken. Het is een volk van intelligente en ijverige mensen. Vroeger verplaatsten ze zich met auto’ s die het milieu aantastten, maar tegenwoordig rijden ze, fier op hun elektrisch paard gezeten, door hun land dat zich uitstrekt zover de hemel reikt.

Is de fut uit hun paarden, geen nood, want in ieder gehucht is een soort stationnetje, waar het kunstdier in een overdekte box op een lopende band gezet kan worden en zo razendsnel vervoerd wordt naar de plaats van bestemming, terwijl het ondertussen opgeladen wordt. De vroegere TGV zou er jaloers op zijn. In die box bevindt zich een hangstoel, waarin de ruiter plaats kan nemen, een virtueel filmpje kan kijken of hightech muziek kan beluisteren.  De hangstoel is het meest te vergelijken met een stoel uit de antieke zweefmolen op de kermis, maar dan veel luxueuzer. Voor degenen die willen reizen zonder paard, vooral op regendagen, is er de supermoderne monorail, die de lopende band in snelheid nog overtreft. Uiteraard beweegt alles zich op zonne-energie voort.

De woningen zijn van ondoorzichtig plexiglas en ze zijn klein. In de huiskamers bevinden zich enkele zitzakken, waarop of waarin de Koeterwalen zich behaaglijk kunnen nestelen na gedane arbeid. In de keukens treft men geen serviesgoed, bestek of vaatwasser aan. Eerlijk gezegd is er helemaal niets op de plaats waar de keukens plachtten te staan. Men  nuttigt ’s morgens een roze pil, ’s middags een gele en ’s avonds een blauwe. Deze pillen, die door de overheid verstrekt worden, bevatten alle voedingsstoffen die de bevolking nodig heeft, inclusief vitamines en mineralen. Om de 25 meter is er een openbaar waterpunt met plastic kunststof bekers, waar men zijn dorst kan lessen. Andere vloeibare middelen worden niet getolereerd. 

De slaapkamers zijn voorzien van gestoffeerde rekken, waar men zichzelf in vastzet, gelijkend op de oude autogordels, maar dan met meer gespen. Betreffende rekken kunnen in iedere willekeurige stand gezet worden en ze zorgen voor een behaaglijke nachtrust. 

Wasmachines en toebehoren zijn in Koeterwalië niet te vinden, want ze zijn onnodig. De mannen en vrouwen gaan iedere avond na hun werk door een soort wasstraat waar ze van top tot teen worden gewassen en verschoond en waar ze geheel verfrist weer uit komen.

Alle Koeterwalen werken met 100 mensen tegelijk in een ruimte. Deze 100 mensen doen allemaal het zelfde werk, zoals o.a. boekhouden, lopende bandwerk, baby’s verzorgen, lessen volgen via de PC. Zelfs de leraren zitten met zijn honderden bijeen om hun leerlingen te instrueren.

Ook de voortplanting is centraal geregeld en wordt staande uitgevoerd. Het verplichte tijdstip hiervoor is de lunchpauze en het is dan ook logisch dat de Koeterwaal niet monogaam is. De vrouwelijke onderdanen hebben een klein gaatje in hun schouder, waar de mannelijke leden hun pink in drukken gedurende 30 seconden en voilà de daad is geschied door middel van de pinkafdruk. De beste tijd hiervoor is de derde dinsdag van de maand. Het is zo simpel geworden in de loop van de millennia. Een kind kan de was doen, alhoewel de voortplanting enkel aan volwassenen blijft voorbehouden. De minimum leeftijd voor de pinksex is 18 jaar en daar mag nooit van worden afgeweken. De op deze manier geproduceerde kinderen worden en masse verzorgd en opgevoed, weer met 100 tegelijk.

Een jaar heeft 13 manen en na de dertiende maan begint men weer opnieuw te tellen. De dagen van de weken heten nog hetzelfde als vroeger met dien verstande dat de week begint op zondag vanwege alles, dat door de zon opgeladen moet worden. Op vrijdag, het woord zegt het al, hebben alle ingezetenen vrij en op donderdagen vallen meestal de regen- en onweersbuien. Niet altijd, want de opperste Opperkoeterwaal is er van overtuigd dat wat die buien betreft er ook nog een verrassingselement in moet zitten. ’s Morgens vroeg laat hij zijn landgenoten dan per hoofdtelefoon weten of ze wel of niet op neerslag kunnen rekenen die dag. Verder wordt op maandagen de maan gelijk gezet, net als vroeger de klokken. De maancyclus is vastgesteld op 4 weken en na het eerste kwartier, volle maan en laatste kwartier eindigt ie met de nieuwe maan.

De seizoenen zijn niet meer wat ze ooit waren. Ieder jaar wordt er via een referendum in de dertiende maan democratisch bepaald welk seizoen het komend jaar mag zijn. Meestal wordt gekozen voor de lente vanwege het nieuwe leven overal, maar de meeste stemmen gelden.

Één keer in mijn leven ben ik even binnen de grenzen van dit vreemde land geweest. Ik voelde me er niet thuis. Geen gevoelens, geen empathie, ook nooit ruzie en alles gepland door de weliswaar democratisch gekozen Opperkoeterwalen, maar nee, geef mijn portie maar aan Fikkie. Het was mij te statisch en te beheerst, dus heb ik besloten heel snel terug te keren naar het Nederland van 2015 met zijn drukdoenerij, zijn problemen over alles, zijn bemoeienissen, zijn voetbal en zijn passie, waarbij ik vooral dat laatste wil benadrukken.

Ik verlaat dit cyberland maar gauw door een “klik” en met Control Alt Delete hoop ik er ook nooit meer terecht te komen en ik laat Koeterwalië graag over aan de Koeterwalen. Tot nooit meer ziens!



Resi Faessen-Teeuwen, juli 2015

Even een broodnodige verkoeling voor deze benauwd/warme dagen: vandaag een mooi teer winterplaatje “getekend” door onze Anja.



Territorium

In dit huis woon ik

Leunend over het keukenaanrecht

neem ik door het raam

de vogels waar

Vetbolletjes en pindastrengels hangen

onder de met mos bedekte voederplaats

Restjes brood erop

Een zachte morgen luidt

onverwacht het voorjaar in

Vriesnacht, vorstdag, lentevorst

De winter kwakkelt

De rust van de vogels is voorbij

In alle toonaarden wordt het liefdeslied gezongen

Legnood, broedtijd

Fluitend maken zij hun nestjes

In de berkenkruin krijsen de eksters

Het territorium wordt verdedigd

Lege eierschalen op de grond


Anja Massee, mei 2005

De meeste coronamaatregelen zijn losgelaten: dat geeft een feestelijk gevoel van weer vrij zijn! Daarom vandaag een heerlijk speelse gedachte van onze nestor An.

 


Aan de waterkant hangt betovering

Onder de wilgenkatjestakken

stuift het stofgoud in filtering

van zonnestralen over mijn hoofd

Verleidt me tot de zomerzotheid

op blote voeten in het dauwgras te dansen

 

An Cuijpers, maart 2005

Soms maakt eenvoud en herhaling een gedicht heel krachtig. Dit juweeltje zomerse poëzie borrelde op bij onze An.

 

Toekomstdromen

 

Boven de blauwe bergen van het niemandsland

drijven mijn gedachten als witte wolken

naar de eindeloze zee van het vervulde verlangen

 

Zolang het verlangen onvervuld is

drijven mijn gedachten als witte wolken

boven de blauwe bergen van het niemandsland

 

An Cuijpers

Januari 2005

Vandaag een werkelijk prachtige fantasievertelling over de maan. Dit is Terry op haar best! Voor groot en klein, neem je tijd ervoor vanuit je camper, luie stoel, zwembad of vliegtuigstoel!

 

tekening: Vanessa Cabban


In het zonnetje

 

De vorige dag was verlopen zoals alle andere. Overdag werd er gewerkt door de mensendieren. Planten groeiden naar het licht en waren druk bezig met hun fotosynthese. De dagdieren vergaarden hun voedsel bij zonlicht en hielden hun seksleven actief. De rechtop gaande dieren – die zich mensen noemen – gingen ’s nachts op één oor, bij hen is het een beetje raar gesteld met hun paringsrituelen. Zij zijn zowel overdag als ’s nachts actief. Geen idee waarom. De planten gingen net als vele dieren ook in rust. Op de nachtdieren na natuurlijk. Hun zoektocht naar voedsel, paring en vlieguurtjes begon pas. Zij waren dan ook de eerste die merkten dat er iets niet klopte. Samen met de vroege vogels en een mensenkind, genaamd Sander. Sander is een jongetje van negen jaar jong. Gek op astronomie en met name op de Maan. In plaats van in bed te liggen en te rusten, zat hij achter zijn sterrenkijker uit het raam te turen. Hele gesprekken voerend met de Maan, zijn nachtelijke metgezel. Het was de Maan niet ontgaan, stiekem was hij gevleid door de aandacht van Sander. De jongen had dit fenomeen nog nooit waargenomen, hij keek vol verbazing naar wat er gebeurde.

 

Zowel menig mens als dier verslaapt zich die ochtend. Het rinkelt in veel slaapkamers maar doordat het Maankleed nog over de Aarde ligt gespreid, draaien zij zich nog eens om. Te vroeg menen ze. Echter de gedisciplineerde mens en het gestructureerde dier bemerken dat hun biologische klok precies op tijd tikt. Ze komen uit hun warme nest en kijken naar buiten. De nacht heeft geen plaats gemaakt voor de zonsopkomst. De Maan blokkeert de Zon door zich op de voorgrond te plaatsen. Een zacht briesje verspreidt het gesmiespel van de bomen. “Zonlicht, we hebben behoefte aan zonlicht. Waar is die maan nu mee bezig? Wat een idioterie!”

Mensen wijzen naar boven en vragen zich af welke ramp er zich gaat voltrekken. Een lichte paniek breekt uit. De Zon voert een hevige discussie met de Maan. “Dit kan echt niet. Denk aan alle gevolgen die dit met zich meebrengt. Waarom dit belachelijke gedrag?” De Maan zegt: “Al eeuwen speel jij de hoofdrol in het leven van de meeste mensen, dieren en planten. Naar mij wordt zelden omgekeken. Nu vind ik het tijd dat ik eens in het zonnetje wordt gezet.” Hij laat zich niet vermurwen.

 

De eerste dag vinden sommigen het nog een spectaculaire actie van de Maan, verwonderd richten ze hun blik steeds naar de hemel om zich ervan te vergewissen dat de situatie nog steeds dezelfde is. Maar de gevolgen zijn na een week al rampzalig. De aarde draait behoorlijk langzamer en maakt dat eb en vloed het spoor bijster raken. De dagen duren langer, waardoor mens, plant en dier een nieuw ritme moeten zien te vinden in het duister. De gehele wereldse flora staat zwaar onder druk, het duurt niet lang meer of de eerste kwetsbare planten en bomen zullen sterven. De constante duisternis is funest voor de Zon minnende plantenwereld. Evenals de moestuinen, landbouwgronden, grazende koeien, geiten en schapen die dringend zonlicht behoeven. Mensen raken geïrriteerd en gedeprimeerd door de eentonige, zwarte omgeving. Zij koppelen het nachtelijk duister aan bedtijd, waardoor het arbeidsethos ver beneden peil ligt. Ongelukken gebeuren aan de lopende band, zodat ziekenhuizen overbezet raken. “Zie je dan niet wat je veroorzaakt”, schreeuwt de Zon. “Net of jij het er zo goed vanaf zou brengen in je eentje”, zegt de Maan. “Beter dan jij”, roept de Zon. Hij twijfelde al of hij niet beter zijn normale positie kon aannemen. De arrogante opmerking van de Zon, maakt dat hij resoluut volhoudt. Hij moet echter toegeven, dat hij bij de aanblik van de Aarde allerminst blij wordt. Niemand schijnt zijn prominente aanwezigheid te kunnen waarderen. Zelfs de nachtdieren raken uitgeput en vinden geen rust. De wolven huilen kwaad de Maan toe. Om zich een beetje geliefd te voelen gaat hij op zoek naar Sander. Achter zijn sterrenkijker is hij niet te vinden. Zou zelfs zijn enige vriendje hem de rug hebben toegekeerd?

 

Een rimpelende weerspiegeling van zichzelf trekt de aandacht van de Maan. Zijn blik wordt getrokken naar een groot meer waar Sander zich in een roeibootje bevindt.

Door de roeispaan over het water te bewegen veroorzaakt hij kleine golven. De Maan is in vol ornaat en schijnt zo fel dat Sander roept: “Het mag wat minder met het wattage, alsjeblieft.” Meteen geeft de Maan gehoor aan zijn oproep.

“Kan je me echt horen?” schettert Sander. “Zo ja, kom dan een klein beetje dichterbij.” En warempel, de afstand tussen het mensenkind en de Maan wordt kleiner. “Ik ben op het meer gaan zitten om zo je aandacht te trekken en te vragen waarom je dit gedrag vertoont. Het gaat niet zo goed met de Aarde, je moet terug naar de normale situatie”, zegt Sander met klem. “Mensen zijn het beu en willen je even niet meer zien.”

 

Dan gebeurt er iets dat ik als mol nog nooit heb meegemaakt. 

De maan huilt. Dikke druppels kletteren op het meer en veroorzaken flinke golven.

“Hoho,” schreeuwt Sander, “niet huilen meneer de Maan. Ik wil je graag helpen. Ik heb zo’n vermoeden dat je ook wel eens op de voorgrond wil staan, dat snap ik. Maar ik denk dat je zelf niet inziet hoe belangrijk je bent als wachter van de Aarde.” Sander licht alle positieve kanten van de normale Maan toe. “In de nacht worden er serenades gebracht en genieten mensen van een mooie volle Maan. Ze komen helemaal tot rust wat erg belangrijk is. Vissers zijn je dankbaar voor eb en vloed, evenals alle zeedieren en planten. En ja, nachtdieren heten niet voor niks nachtdieren. Plus je hebt mij nog, ik zal je altijd bewonderen. Alleen als je steeds te zien bent is het voor mij ook niet meer speciaal.”

 

De Maan raakt overtuigd van zijn waarde, waarop hij enthousiast terugkeert naar zijn normale positie. De volgende morgen is alles en iedereen blij dat het daglicht weer te bewonderen is. Mensen vieren feest tot in de kleine uurtjes en bedanken de Maan die trots en rond aan de hemel staat. Sander tuurt weer door zijn sterrenkijker. En voor mij, och, voor mij als mol is er weinig verschil.

 

Terry

Tja, je bent al iets ouder en je wilt nog steeds wat… Net als topsporters moet ook onze An haar grenzen bewaken bij het fietsen! 

 

Soms

 

Soms ken ik mijn eigen grenzen niet

Daar kom ik dan achter tot mijn verdriet

Dan heb ik pijn in rug en benen

Ik vraag me dan af: waar fietste ik henen

 

met mijn tweeënzeventig jaren?

Dan zegt mijn beschermheilige

dat ik mezelf een beetje moet sparen

 

Dus luister ik heel goed voortaan

hoe ver ik met mijn hobby kan gaan

Als ik dat niet doe is het mijn eigen schuld

en zegt mijn beschermer: DIKKE BULT!

 

An Cuijpers, mei 2005

Gedicht Karin mei 2021

Met Pinksteren daalde de Heilige Geest neer over de apostelen. Nu, zo een tweeduizend jaar later, zijn het steeds méér mensen die met méér vuur spreken. Daar heeft onze Karin last van en ze moet op deze Tweede Pinksterdag even haar ei kwijt…


Tureluurs

Help, de wereld om mij heen

die praat steeds sneller en sneller:

talkshow, helpdesk, kassadame,

dezelfde woorden maar steeds feller


Koken hun hersenen dan niet over?

Is hun tijdsdruk echt zo groot?

Ik voel me een sufferd maar ’t ergste is:

ik doe het zelf ook, zo idioot!


Zij jagen me op, dat wil ik niet meer

Het kost me ook moeite hen te verstaan

Gelukkig geeft mijn bed ‘s nachts rust…

maar dan ratelt het mannetje op de maan !!$%^!#@!


O nee da’s de wekker

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is bb.jpg

Karin Vossen, 14 mei 2021

 In de zomer van 2004 bezocht onze Annie de Canadese begraafplaats in Groesbeek. Daar liggen meer dan 2300 Canadese soldaten begraven die zijn gevallen tijdens de Tweede Oorlog, in het hele gebied rondom Nijmegen. Ze probeerde haar diepe indruk in woorden te vangen.

(foto: website http://www.tracesofwar.nl)



Vergezicht

 

Achter de rafelige rand van het woud

drijven witte wolken omhoog

groene velden, wuivende heuvels

in alle rust herkauwen koeien

 

De idylle uitsluitend verstoord

door duizenden witte grafzerken

herinnering aan een verbeten strijd

die eens de heuvels kleurde en

waar zwarte wolken dreven

achter de rafelige rand van het woud.

 

Annie Kessels, 2 sept 2004