Feeds:
Berichten
Reacties

Het seizoen van examenfeesten en tuinfeesten is begonnen. Maar als José in de maand van de thriller over een feest schrijft, is dat natuurlijk geen gewoon feest…

 

 

Schuurfeest

De dikke lucht was zwanger van een rottingsgeur.
Hij probeerde zijn adem in te houden maar het was al te laat. Als een parasiet kleefde de reuk aan de binnenkant van zijn neus. Hij proefde het zelfs! Kokhalzend boog hij voorover en zette zijn handen op zijn knieën. Zijn maag hobbelde als een op hol geslagen paard door zijn lijf en hij probeerde uit alle macht om zijn ontbijt binnen te houden.
Pierre was ondertussen al heel wat gewend sinds hij 28 jaar geleden bij de politie begon. Langzaam maar doelbewust was hij opgeklommen tot de rechercheur met het hoogste aantal opgeloste zaken. Maar dit specifieke geval tartte alle waanzin die hij ooit had gezien.

De afgelegen boerderij met zijn vlakke akkers, omringd door een prachtig bosgebied, lag nou niet bepaald in een buurt waar veel mensen kwamen. Het was dan ook puur toeval dat een wandelaar alarm had geslagen.
Duizenden vliegen had ze gemeld. Misschien zelfs wel miljoenen. Niet normaal zoveel als er uit de kleine kier van de aangrenzende schuur waren gekomen. Daar moest wel iets niet in de haak zijn.
Het leek wel alsof er een schuurfeest voor insecten aan de gang was…

Hij had op het bureau al gecheckt wie er woonde en wat voor soort boerderij het was. Voornamelijk akkerbouw, groenten zo stond er in de archieven. Een alleenstaande boer van 60+, de eigenaar sinds 1979. Hij stond bekend als een zonderling figuur, een soort kluizenaar.
Alleen de vrachtwagenchauffeur van de veiling kwam er wel eens om de oogst op te halen maar dan verbleef de boer blijkbaar in zijn woning en liet zich niet zien. Het gerucht verspreide zich zelfs dat de boer wellicht een oerlelijke boerin zou zijn, of misschien iemand die ooit de behoefte had gehad om zich te verstoppen voor de overheidsinstanties – een gevluchte crimineel of erger nog. Onzin natuurlijk, het was waarschijnlijk iemand die het niet zo op andere mensen had voorzien. ‘En geef hem eens ongelijk’, dacht Pierre, ‘De hele wereld is verrot’. En zo te ruiken was dat zelfs tot hier doorgedrongen…

Hij liep naar buiten terwijl hij de vliegen van zich af probeerde te slaan. Een fikse teug lucht bracht enigszins verlichting voor zijn arme maag. De deur van het woongedeelte was nu niet bepaald een exemplaar dat aan de veiligheidsnormen voldeed en hij hoefde dan ook maar een flinke schouderduw te geven en het hele geval denderde uit zijn scharnieren en viel plat achterover de smalle gang in. Een stofwolk verspreide zich door het muffig ruikende huis. Vastberaden liep hij door en opende deur na deur maar er was geen levende ziel te bekennen.
Toen hij uiteindelijk de leefkeuken bereikte zag hij een verfrommeld blaadje op het aanrecht liggen.
Hij vouwde het open en las:

Genoeg! Ze komen mijn neus uit.

Ik kan het niet meer aan. Voor wie dit leest, het spijt me, maar ik ben met de noorderzon vertrokken en het interesseert me geen bal wat je met de boerderij doet maar de geur van te lang gedragen wollen sokken – natte hond of schimmelige ruimtes komt me ondertussen duchtig mijn strot uit…

Tabee!

Pierre kon zich er iets bij voorstellen, nam zijn telefoon en belde naar de gemeente.
“Stuur je iemand naar het perceel aan de Slofferstraat nr. 64? Een totale ontruiming ja, en neem meteen iemand mee die de boel kan ontsmetten a.u.b. Het ligt hier vol lijken en de stank is overweldigend. Dank je”.

Hij wierp nog een blik in de schuur terwijl hij een zakdoek voor zijn mond hield.
Walgelijk hoe al die dooie vliegen zich hadden opgehoopt op de tonnen rottende tuinbonen.
Weerzinwekkendste geur die hij zich kon bedenken, tuinbonen!

 

©José 24-01-2017
N.a.v. Een combi van Dagwoorden (23 en 24 januari):
#Verspreiden en #Ongelijk

Smakelijk eten 😉

Bij deze tropisch warme dagen past een luchtig gedicht. Dat is Annemiek wel toevertrouwd.

 

 

De boezemvriend

 

Ik ben een echte boezemvriend,
een steun voor jong en oud.
Ik ben door iedereen gewild:
verliefd, verloofd, getrouwd.

Ik ben een echte boezemvriend,
gestreeld door menig hand.
Ik ben een lust voor ieders oog:
charmant, sportief, pikant.

Ik ben een echte boezemvriend,
groot én klein telt mee.
Ik houd ze stevig in bedwang:
A, B, C of D.

 

Annemiek Korsten
27 april 1999

Schrijven over het schrijven zelf: José doet een dappere poging.

 

 

Ongekunsteld

 
Bijna schreef ik op een velletje,
de behoefte was intens,
maar mijn pen bleef dralen

Papier bleef akelig leeg,
omdat de zielloze woorden
geesteloos door mijn hoofd zweefden

Een wirwar van symbolen,
een onsamenhangende lettervermicelli,
afzonderlijk ronddobberend

Geen samenvoegingen,
absolute stilzwijgendheid,
zomaar wat taaltekens

In stilte stamelde ik woorden
enthousiasme wakkerde aan,
helaas, niemand die het hoorde

Schrijven vanuit gevoel,
gedreven door prikkeling,
komt onbevangen en spontaan

 
©José Bergh – Berben

 

Moeders zijn van alle markten thuis… Annemiek demonstreert een fraai staaltje organisatietalent!

 

 

Aardappelmoeheid

 

Wat eten we, wat eten we,
heeft iemand een idee?
rösti, schijfjes, au gratin
of wordt het toch puree?

Wat eten we, wat eten we,
ik ben die piepers zát.
Iedere dag dezelfde kost:
gekookt, geprakt, patat.

Ik droom van Foe Yong Hai met kreeft,
van Spaanse pot-au-feu,
moussaka, pizza, tacosaus
en malse cordon bleu.

Wat eten we, wat eten we,
het blijft de grote vraag.
Het is al bijna kwart voor zes,
we eten frites vandaag!

 

Annemiek Korsten
19 maart 1999

 

Hoe ga je om met een writers block? Resi legt dat helder uit!

 

 

Wie schrijft, die blijft

 

ik moet over alles kunnen schrijven
maar het valt niet mee, geloof me maar
ik zit met mijn handen in mijn haar
ik moet iets schrijven, wil ik blijven

 
ik kijk radeloos de kamer rond
teveel beelden dringen tot me door
de geluiden pijnigen zelfs mijn oor
teveel indrukken, teveel kakelbont

 
wat mij het allermeest verbaast
is dat kakel duidt op een geluid
daarbij gevoegd vele kleuren op een kluit
en vorming van ’n woord dat me verdwaast

 
een combinatie van zien en horen
samengevoegd tot slechts één woord
(wie gaf daarvoor ooit zijn akkoord)
een samenspel van ogen en oren

 
ik sluit mijn ogen dus maar ras
word dan door kalmte overmand
waardoor ik in de droom beland
dat ik ooit een schone slaapster was
…………………………………………………………
zo heb ik dus dit gedicht geschreven
een onderwerp werd doorgemeten
het kwam tot stand onder het eten
het gedicht is klaar, ik ben gebleven

 
Resi Faessen-Teeuwen

Een avontuur in de supermarkt… een hart onder de riem van Terry voor alle (jonge) moeders, alvast voor Moederdag!

 

Schaamrood

Da’s lang geleden dat ik ze gezien heb. In onze plaatselijke supermarkt zijn ze nu uit de roulatie: de kleine winkelwagentjes, een gewild object voor peuters en kleuters. Zo ook toen bij mijn zoontje Willem van 2.

Hij stevent rechtstreeks op “zijn” wagentje af, om er dan ook meteen zijn Tubbietoetjes in te knikkeren. Die vier televisiemonstertjes worden constant benoemd en aangewezen. Tinky winky, Dipsy, Lala, Po. Is Tinky winky, Dipsy, Lala, Po. Is Tinky winky, Dipsy, Lala, Po. Is Tinky winky… “Ho even knul,” zeg ik na de zoveelste repetitie “we moeten nog eten vandaag.” en ik probeer hem een andere gang in te loodsen door aan zijn wagentje te trekken. O jee, da’s niet mis! Iedereen in de winkel schrikt wakker of kijkt geërgerd op van zijn boodschappenlijstje. “Goeie god,” denk ik als zijn sirene uitgeloeid is “als dat dadelijk maar geen scene geeft net als toen…”

“Toen” is ongeveer 6 jaar geleden, Guusje zal zowat 2,5 à 3 jaar geweest zijn, Lotte was 1,5. De hele dag door werd er door de een of door de ander gegild. Guusje wou niet dat Lotte ergens mee speelde en Lotte wou zo graag spelen. ’s Morgens nog redelijk fit, koos ik nog de zachte tactiek: uitleggen en praten. Tegen de middag ging deze over in de half-om-half tactiek: nog proberen te bemiddelen maar dan wel op een hardere toon. Op het eind van de middag, iedereen moe, riep ik na de zoveelste sessie vaker kreten zoals: “schei uit met dat gedonder” of: “hou op met dat gesodemieter”.

Ook toen moesten er bij ons boodschappen in huis gehaald, zoals bij zoveel andere huishoudens. Een van die huishoudens, moeder en dochtertje van ongeveer 2,5, liep ook in de winkel. Dochtertje met een klein winkelwagentje waar ze, aan haar gezichtje te zien, al helemaal bezit van had genomen. Eenmaal bij de kassa werd het haar duidelijk dat ze het wagentje terug moest geven, maar dat gebeurde niet zonder slag of stoot. Gillend liet ze zich op de grond vallen om vervolgens te slaan en te schoppen naar alles wat binnen haar bereik kwam. Ook aangekomen bij de kassa keek Guusje dit spektakel even aan, liep toen naar het meisje toe en schreeuwde: “Hou op met dat dèhotemieter!”. Totaal verbouwereerd stond het meisje op en liep naar haar moeder die mij ietwat minachtend aankeek. “Wat een taalgebruik” zag je haar denken. Schaamrood kleurde mijn wangen. Die kreet heb ik gelukkig nooit meer gebruikt.

Na alle boodschappen te hebben verzameld, belanden we bij de kassa. IJverig begint Willem alle spulletjes op de band te zetten. Nou ja, meer gooien. Eigenlijk is het nog net iets te hoog voor hem. Maar goed, hij doet zijn best. Terwijl hij met een zwaai probeert zijn Tubbietoetjes op de band te krijgen, schieten deze uit de verpakking en belanden met een knal op de grond. Kapot. “Hottedomme, hottedomme” schreeuwt mijn peuter luid. Oeps!
Terry van Lierop, 21 mei 1999

 

Een mooie warme jeugdherinnering van An.

 

 

De geur van de Peel wikkelt zich om mijn gedachten
het turfvuur had zo wonderlijke machten
dat gaf warmte die de armoede verzachtte
op die turfkachel stond de koffiekan
koffie versterkt met een lepeltje Buisman
de koffie gaf ons vaak een boost
en een heleboel warme ‘troost’
dan kwamen ook de spookverhalen
griezelend ging ik met mijn zusjes naar boven
en we keken onder het bed
of er geen spook zat dat ons kwam halen
die avonden waren met geen geld te betalen
dat was in lang geleden tijden
op de Oude dijk met vier meiden.

 

An Cuijpers-Rutjens