Feeds:
Berichten
Reacties

De morgens zijn nu nog steeds koud en donker. Bijna niet voor  te stellen dat een prachtige lentemorgen je dag zou kunnen bederven…

 

 

Ochtendhumeur

Getjilp en gefluit
ik moet eruit
een nieuwe dag opsnuiven

Kakafonie
in harmonie
vanuit het groen naar mij te wuiven

Ochtendhumeur
wat een gezeur
met zo’n serenade bij het ontwaken

Een hond blaft luid
ze lachen hem uit
wat een aanfluiting
laat hem alsjeblieft staken

 

Terry van Lierop
14 juli 1999

 

Advertenties

Het schitterende winterweer van afgelopen en komende week inspireerde onze rasverteller Terry tot een mooi en heel ontroerend schaatsverhaal. Speciaal voor alle liefhebbers die de komende dagen de Noordervaart onveilig gaan maken met schaatsen onder!

 

 

Winter

Wiebe is op weg naar het ven aan de rand van het dorp. Eindelijk heeft het eens stevig gevroren dit jaar. Het ven is veranderd in een schaatsgebied, voor de vertier zoekende dorpsbewoners. Gezinnen met sleeën en stoelen trekken naar het dicht gevroren water waar ze zich kostelijk vermaken. Gekleurde verlichting hangt aan palen langs de rand en een koek en zopiekraam mag natuurlijk niet ontbreken. Hijzelf heeft zijn oude noren uit het schuurtje gevist. Als oud-deelnemer aan de Elfstedentocht verlangt hij naar het weerzien van zijn favoriete weerselement.
Genoeg van de kwakkelwinters de afgelopen jaren, die zorgden voor grijze dagen met een hoop gesnotter en griep. Nu kan hij weer eens de schaatsen onderbinden en heerlijk banen trekken.
Zijn kleinzoon Willem verklaarde hem voor gek. “Opa”, had hij bemoeizuchtig gezegd, “u bent tachtig jaar, wilt u soms uw botten breken?”. “Nee, jongen, ik kan schaatsen als de beste. Ik wil mijn benen weer eens laten voelen wat het is om te rijden op de schaats. In beweging blijven is toch prima, tenminste dat zegt mijn dokter altijd”, had hij geantwoord.
Och die jeugd van tegenwoordig! Totaal geen respect meer voor de oudere generatie, zo met zichzelf bezig. En met hun telefoontjes, jezus, hij haat die rotdingen. Als ze op bezoek komen zijn ze niet aanspreekbaar, alsmaar starend en typend op hun mobieltje. Het is geen kwade jongen maar hij heeft het gevoel dat ie nooit luistert. Een intelligente jongen die zijn hersenen echter te weinig traint naar zijn oordeel. Op bijna elke vraag die hij aan hem stelt is zijn antwoord steevast: “Komt goed, opa”.

Menig dorpsgenoot is al aan het genieten op het ven. Hij zijgt neer op de rand en trekt zijn schoenen uit. “Goedemiddag meneer Kuypers”, begroet een man hem. “Goedemiddag Joris”, groet hij terug. Joris woont bij hem in de straat, een jongeman van een jaar of vijfendertig. Een aardige jongen, getrouwd en twee kinderen.
Ze zijn tegelijkertijd in de straat komen wonen. Joris kocht er een huis en hijzelf verhuisde naar een bejaardenwoning.
Na de dood van zijn vrouw, heeft hij nog jaren op de boerderij gewoond. Naarmate hij naar de tachtig ging, werd het hem uiteindelijk toch allemaal teveel. Teveel ruimtes, teveel grond om bij te houden. Constant met zijn tong op z’n schoenen achter de feiten aanhollend. Ten langen leste toch maar verhuisd naar zijn huidige woninkje. Erg wennen was het in het begin. Alles klein, compact en vreemd.
Na een tijdje had hij zich verenigd met zijn huisje en met de buurt. Er ontstond een goed contact met verschillende bewoners uit zijn straat. Waar de bejaardenwoningen gemengd tussen de eengezinswoningen stonden. Dat maakte dat er niet alleen werd gesproken over ziekten en wie de pijp aan Maarten had gegeven. Fris en fruitig voelde Wiebe zich bij de jongere mensen waar hij regelmatig een gesprek mee aanknoopten. Wat zorgde dat hij daarna met bruisende energie zijn dag doorstapte.
“Zal ik even een handje helpen met het opstaan?”, oppert Joris. “Dat is wellicht een goed idee met die schaatsen aan”, concludeert Wiebe. “Maar daarna kan ik het alleen hoor”, er snel aan toevoegend.
Zijn anders nog redelijk functionerende benen lijken wel aan het muiten geslagen, als hij met zijn noren onder op het ijs staat. Stram en niet van plan om in beweging te komen. Wiebelig ook. Hij had het zich thuis toch anders voorgesteld, met zijn hoofd nog bij de Elfstedentochten van tientallen jaren geleden. Het zou zo dadelijk vast beter gaan, wanneer zijn spieren wat opgewarmd waren.
“Gaat het lukken denkt u”, vraagt Joris enigszins twijfelachtig. “Ja joh, ‘k moet gewoon even opwarmen en langzaamaan beginnen”, zegt Wiebe vastbesloten. “Oké, ik zie u straks nog wel een keer langsrijden”, en weg is Joris.
Heel rustig aan plaatst hij zijn ene schaats voor de andere, totdat hij wat meer controle over zijn benen en het ijs heeft. Gaande weg krijgt hij de smaak te pakken. Zijn balans en benen zingen dezelfde melodie. Glijdend over het ijs creëert Wiebe een aardig vaartje. Het tovert een verrukkelijke glimlach op zijn gezicht.
Hoezo gedoemd tot bingo en biljarten? Hij zal ze als oud schaatser wel eens een poepie laten ruiken. Genietend van de aandacht. Bekenden die hem vol verwondering nakijken, sommige zelfs applaudisserend. Weer klinken de klappende, zingende en schreeuwende koren en hoort hij de hoempaorkesten. Ziet Wiebe de bruggetjes, de klunplaatsen bij Harlingen. Zijn zilveren Elfstedenkruisjes, die nog steeds op het dressoir prijken.
In zijn enthousiasme heeft zijn tempo een enorme vlucht genomen. Zijn noren snijden over het ijs. Zijn ledematen vinden het nu echter wel genoeg geweest.
Ze voelen moe en verzuurd aan. Het samenspel tussen zijn hersenpan en z’n stelten is volledig verstoord. Als een slecht orkest wat alleen een kakafonie aan geluiden ontketend.
Snel achterom kijkend ziet hij dat hij inmiddels een behoorlijke afstand heeft afgelegd. Ver verwijderd van de rest.
Wanneer Wiebe voor zich kijkt doemt er riet uit het ijs op. Uit alle macht probeert hij zijn wil op te leggen aan zijn voeten en benen maar die vertikken alle medewerking. Als de Titanic koerst hij recht op de obstakels af. Gelukkig zinkt hij niet, wel maakt Wiebe een keiharde smak op het meedogenloze ijs.
De pijn in zijn rechterbeen is subiet aanwezig. Hevige pijn, waarbij hij het idee heeft dat de schaats uit zijn voegen barst. Net als hij om hulp wil roepen, nadert iemand in volle vaart. Schaatsen die al remmend stukjes ijs opwerpen.
De persoon in kwestie knielt snel bij hem neer.
Hij voelt zich een ouwe eigenwijze sukkel die nu als een hulpbehoevende eend vast zit op het ijs.
Zijn kleinzoon had nog gelijk gehad, ’t is maar goed dat hij er niet is. Hoeft hij zijn “zie je nou wel opa” niet aan te horen.

“Opa, gaat het, waar hebt u allemaal last van?” Het is zijn kleinzoon Willem.
“Ja, ik zie het al, u hebt uw been gebroken en waarschijnlijk ook uw enkel, aan de zwelling boven uw schaats te zien”. Hij pakt zijn mobieltje en belt 112. Nogmaals hoort hij een paar schaatsen bij hem stoppen. “Ik bel 112”, zegt een bekende stem. Het is Joris. “Heb ik zojuist al gedaan”, informeert Willem hem. Wiebe schaamt zich nu een beetje over zijn gemekker betreffende het mobieltje. Deze reikt nu een broodnodige helpende hand.
“We kunnen u nu niet gaan verplaatsen, opa”, informeert Willem hem,” dan zouden we misschien nog meer schade aanrichten”.
“Wat ben ik toch ook een oen he jongen?”, kermt hij. “Ik snap het wel hoor opa. Altijd zo sportief geweest en dan is er na zoveel jaren een keer ijs…. Tja, dan begint het bij u te kriebelen”. Willem haalt een klein pakje uit zijn jaszak. “Dit is een deken opa, die uw lichaamswarmte een beetje op peil houdt. Heb ik altijd bij me. Hopelijk is de ambulance er snel zodat u het niet te koud krijgt”. “Hoe weet jij dat allemaal?”, vraagt Wiebe met een pijnlijke grimas op zijn gezicht. “’k Heb mijn EHBO-diploma vorig jaar behaald”, antwoordt Willem. Joris komt even later aan met een kop warme chocolademelk. Willem helpt zijn opa bij het drinken. Het duurt een poosje maar dan zien ze de gele ziekenwagen in de verte.
“Daar komt de ambulance aan”, zucht Joris opgelucht.
“Ik ga wel met u mee naar het ziekenhuis opa”, kijkt Willem hem geruststellend aan.
“Zal het allemaal wel goed gaan, denk je Willem?” vraagt hij met een vertwijfelde blik. “Vast en zeker, komt goed opa”, lacht Willem hem toe en pakt daarbij zijn hand.
“Goh”, denkt hij, “wat is mijn kleinzoon toch volwassen geworden”.

Terry
Februari 2018

Wie heeft er geen behoefte om in zijn of haar drukke leven de innerlijke rust te zoeken en te vinden? Onze Annie ging op avontuur in de wondere wereld van Mindfulness!

 

Drie minuten ademruimte

Een aangename stem vertelt me dat ik moet beginnen een waardige houding aan te nemen en mijn aandacht te richten op alles wat ik ervaar en het er laten zijn…’volg het moment van adem naar adem’.

“Wat een goed idee van Annalies om mij deze link door te sturen; 3 minuten ademruimte en even tot rust komen. Moet ik vaker doen. Het is ook zo druk de laatste tijd. Ik moet straks niet vergeten dat ik de apotheek nog moet bellen”.

De stem gaat verder…’let op je ademhaling…in en uit’.

“Oeps, was mijn aandacht toch weer afgedwaald en bezig met andere zaken. Gelukkig mag ik vriendelijk blijven voor mezelf. Toch maar even alleen richten op mijn ademhaling.
Dat diepe ademhalen maakt wel wat los in mijn longen. Ik voel het heel diep in mijn longen reutelen en dadelijk krijg ik natuurlijk weer zo’n vreselijke hoestbui”.

De stem vertelt dat ik me in het heden moet verankeren en me bewust moet worden van de stilte in mezelf.
De hoestbui overvalt me en er is geen sprake meer van stilte in mezelf. Mijn lichaam probeert te overleven en hoest de longen uit mijn lijf.
De stem geeft me de overweging om alle gedachten die me in de weg zitten op te sporen en waar ik deze kan voelen in mijn lichaam. Total loss zit ik na te hijgen en krijg de opdracht alle nare energie naar een wolk te sturen. Ik heb geen laatste restje energie meer om een wolk te zoeken en deze ook nog uit elkaar te blazen!
Uitgeput laat ik de stem maar praten.
Het blijft kwakkelen op alle fronten….deze winter.

 

Annie Kessels

Vur de duudelikheid: heej hebbe vae met dees

Vastelaovundjsdaag helemaol geine last van.

Durnao misschien waal…

 

 

Kwakkelwinter

Koude voeten en een druppelneus
dat gaan we nu weer krijgen
We hebben helemaal geen keus
nu kwakkelend de dagen rijgen
aan die troosteloze grijzen,
met de mist en regenvlagen
Gelukkig zijn ze kort, de dagen
’s Avonds begint de gezelligheid
de enige troost in deze kwakkeltijd

PS. Dit vloeide druppelend uit mijn pen
omdat ik zelf aan het kwakkelen ben!

 

An Cuijpers- Rutjens

Een bijzondere gedachte van Annie speelt de hoofdrol in dit herkenbaar tijdloos verhaal…

 

 

De wensput

Wat een drukte bij de put! Met moeite kan ik me een beetje dichterbij wurmen. Met schepnetten, emmers en hengels dringen vele mensen naar de rand van de put.
Zovelen die een hoopgevende of passende wens uit de put willen vissen. Begerige blikken kijken in de donkere diepte en gretig zie ik ze hun aas uitwerpen. Touwen worden over de rand gegooid en ik hoor emmers kletterend tegen de randen klinken.
Een jonge vrouw heeft moeite om haar hengel weer op te halen. Niemand helpt. Iedereen is voor zichzelf bezig.
Met een angstig gevoel sta ik van een afstand toe te kijken en ik durf niet naar de rand van de put. De kans dat ik een slechte wens opvis lijkt me te groot. Gisteren hoorde ik dat terroristen slechte wensen in de put hebben gedumpt. Is het nepnieuws of kan ik nog vertrouwen op het goede in de mens dat elkaar het beste wenst?
De jonge vrouw heeft haar wens bijna te pakken. Het lukt haar om deze over de rand te hengelen. Met grote haast rent ze weg naar een paar mensen die op haar wachten. Met gebogen stille hoofden bekijken ze de wens. Ik zie oplichtende ogen en liefdevolle knuffels. Zachte tranen vloeien over de wangen van de jonge vrouw. Ze tilt een kind op en streelt het meisje. Samen vertrekt de familie en ik zie in de rechte ruggen en opgeheven hoofden de kracht en hoop terugkeren. Deze familie heeft geluk en een goede wens opgehaald.
Ik ben blij en gelukkig voor hen, maar ik zie rondom de put ook veel hebzucht en weinig tolerantie.
Ik wil graag terug naar een tolerante wereld en besluit geen wens uit de put te vissen. Wellicht past de opgehaalde wens niet bij mijn verlangen. Langzaam verlaat ik het rumoer en keer terug naar mijn eigen wereld waar het rustig is en ik mijn hoop inzet op tevredenheid in het leven.

Annie Kessels
14 febr. 2017

In een kwakkelwinter zoals dit jaar, krijg je heimwee naar een sprookjesachtig sneeuwlandschap zoals Karin beschrijft.

 

 

Nieuwe wereld

 

Er ligt een dik pak verse sneeuw

De heldere vrieslucht
tintelt door mijn longen
Wangen blozen van verwachting
Ogen drinken vol ongeloof
deze nieuwe wereld in

Alleen het vederlicht
kloppen van mijn hart
raakt de stilte aan
Ik luister naar de sneeuw

Het schrale zonlicht
strekt een deken uit
van geborgenheid, van heimwee

Er bestaat geen pad
door dit ongerept wit
Mijn richting is vrij
ik verbreek het moment
en zet de eerste voetstap

 

Karin Vossen
5 januari 2018

De Olympische Winterspelen staan voor de deur! Als opwarmer dit mooie gedicht van Peter, waarin hij zijn bewondering onder woorden brengt voor topsport, in dit geval twee watersporten.

 

Wrijf uw ogen uit

Het oppervlak is vlak en glad
Druppels vallen uit het water omhoog,
vallen terug en vormen een kring
Dan verschijnt een voet boven water
Langzaam gevolgd door een kuit,
Een dij, een fleurig broekje,
een strakke buik, een gevulde plastron
tot zich eindelijk een hoofd
losmaakt van het oppervlak

Het laatst wordt het lange, blonde
haar losgelaten door het water
Dan verheft de figuur
zich achterwaarts omhoog
en draait een driedubbele
Ezelsberger

 

Onze blik volgt de figuur
en krijg nu een plank in
het vizier, die zwiept en slaat
De beweging wordt minder en
minder, de vrouw maakt een boog
door de lucht, ze gaat nu verticaal
dalen en strekt haar tenen uit

Dan raakt ze de plank weer
die net in het midden
is en tot rust komt
De figuur laat haar armen
zakken tot ook zij verstijft
tot alles bewegingsloos is
Een standbeeld, roerloos
in de ruimte, en wij ons
afvragen wat we hebben gezien

Peter Massee
November 1999