Tja, wanneer je zo een maffe schrijfopdracht krijgt als “help een kabouter in mijn soep”, dan krijg je natuurlijk ook maffe gedichten, zoals dit van An…
Afgelopen vrijdag had onze Resi de nodige “pyromane problemen” met haar barbecue, op Facebook dan wel te verstaan. Maar vandaag leeft een mooi oud jagersinstinct in haar op wanneer ze de barbecue aansteekt…
Chocola: het woord alleen al doet je het water in je mond lopen. Maar Resi heeft wel het ultieme genieten ervan uitgevonden!
O, wat lekker!
Ken je dat gevoel? Dat gevoel van het ultieme genot bij het aanschouwen van een reep afbouwbare of zo je wilt ontleedbare chocola? Er is echter wel een voorwaarde aan verbonden: de bewuste reep moet eerst kennis gemaakt hebben met een koeling. Of dat nu een koelvitrine of een koelkast is, doet niet ter zake, maar de glimmende chocola moet dof geworden zijn van de kou.
Als kind was bovenstaand het hoogst haalbare op het gebied van versnaperingen. Je nam dan zo’n koude heerlijke veelbelovende Mars of Bounty, met een voorliefde voor Mars, dat wel, in je hand en begon er aan te kluiven alsof het een drumstick was. Langzaam at je stukje voor beetje een klein gedeelte van de buitenkant van de reep op. Ieder hapje liet je smelten op je tong alvorens het volgende ministukje eraf te pellen met je tanden. De zijkanten gaven de minste problemen, de onderkant was iets moeilijker door de wat dunnere laag chocola en de bovenkant was het moeilijkst, want onder de dikke bovenlaag bevond zich een heerlijke lichtbruine, taaie hoeveelheid karamel., die opeens het sprookje van Zwaan kleef aan van de gebroeders Grimm in een flits voorbij laat komen. Wat werkt het brein van een mens toch vreemd. Hoe associaties zomaar kunnen ontstaan!
Maar goed, onder die plakkerigheid lag een stevige mousse-achtige melkchocolade laag, die in al zijn luchtigheid moest wachten tot het laatst. Eerst moest ik die laag karamel er af zien te likken, natuurlijk op en top voorzichtig.
Mijn handen plakten aan alle vingers, maar het was de sport om de mond zo plakvrij mogelijk te houden. Hoe krijg je het verzonnen!
Jeetje, wat is dat allemaal lang geleden, een hele mensenleeftijd. Nu ik in de zeventig ben, kijk ik hier met veel plezier op terug, maar ik voel niet de drang om het op mijn leeftijd nog eens te proberen. Het is echter wel zo, dat bij het schrijven van deze nostalgische herinnering mijn fantasie een loopje met me neemt en daarbij water in mijn mondholte laat ontstaan, zoals het ontspringen van een bron.
Je hebt nu eenmaal versnaperingen en versnaperingen en deze was de guiltiest pleasure ooit.
Afscheid moeten nemen van je dierbare ouwe trouwe viervoeter, wie gaat dat niet aan het hart? Terry schreef deze ontroerende herinnering aan haar hond Babs.
Een kort gevoelig sprookje van Karin: hoe kleine dingen veel uit kunnen maken in het dagelijks leven.
De verborgen glimlach
Er was eens een jongetje dat Ewout heette. Hij was het vijfde kind van de negen van een eenvoudige schoenlapper en zijn vrouw. Ze woonden in een oud onopvallend stadje in een vervallen onbeduidend huisje. Hun leven was zwaar maar toch hadden ze hun draai wel gevonden in het dagelijks leven. Heel soms, wanneer de dag en het werk voorspoedig waren verlopen, zaten ze ’s avonds bij elkaar om een spelletje te spelen. Het was Ewout die met zijn levendige aard en klaterende lach zulke avonden glans gaf.
Aan de vooravond van zijn negende verjaardag sprak zijn moeder: “Ewout, vanaf morgen hoor je bij de groten en ga je meehelpen de kost te verdienen. Je kunt bij de herberg de paarden gaan verzorgen van de reizende gasten. Maar… de grote wereld is boos en niet te vertrouwen, als ik jou was zou ik heel goed op mijn stralende lach passen.” Na deze woorden lag de jongen nog lang op zijn strobedje te piekeren en uiteindelijk besloot hij midden in de nacht om zijn glimlach te verstoppen in zijn speciale persoonlijke bewaarkistje, zodat er zeker niets mee zou gebeuren: daar was die lach van hem veilig.
Ewout deed goed zijn best bij de herberg. Hij voelde zich echter met de dag minder lekker in zijn vel zitten, was moe, keek bleek en was vaak met zijn gedachten ver weg. Zijn ouders zagen het wel, maar zagen geen kans om er met hem rustig over te praten. Toen Ewout voor de zoveelste keer met zwaar gemoed bij de stal van de herberg met de paarden in de weer was, kwam een van de rondreizende gasten binnen. Het was een boswijze die op doorreis was naar de jaarlijkse plenaire vergadering van de Associatie van de Landelijk Erkende Magiërs. Met zijn vriendelijke lichtblauwe ogen keek hij Ewout doordringend aan en zei slechts: “Beste jongen, schatten moet je delen en niet voor je houden.” Ewout voelde ineens de tranen achter zijn ogen prikken en terwijl hij die weg knipperde was de boswijze ineens verdwenen. Was dit nou echt gebeurd of niet?
Ineens begreep hij het. Die glimlach moest de wereld in! Thuisgekomen bevrijdde hij direct de lach uit zijn kistje. Vanaf die dag leken er in de bermen de prachtigste veldboeketten te staan, kon hij praten met de paarden en de herbergier begon hem complimentjes te geven. Het vreemde was, dat zijn broertjes en zusjes door hem werden aangestoken en ieder leek zich gezonder te voelen en was veel zelfbewuster. Hun arme huisje leek zich alleen nog maar in stralend zonlicht te baden. En de boswijze? Die zag het van een afstand aan… en glimlachte.