Feeds:
Berichten
Reacties

Uit de oude doos, 99: Terry

Wat is er mooier dan te reizen in gedachten, waarheen je ook wilt? Op deze “Blue Monday”, in deze koude winterweek, een heerlijke brok zomerzon. Met dank aan Terry!

 

2

 

Ik droom mijn droom

Stap in het water
duik onder
om me te laten meevoeren
door de golven
deinend op het ritme
als een alikruik
oorverdovende stilte
totale harmonie
zon streelt mijn rug
onderga de massage
voetstappen op grind
zachte stemmen
laten mij ontwaken
heerlijk gedroomd

Terry van Lierop
17 september 1998

 

 

De schrijfopdracht was: aandrang. Met dat woord wist Peter wel raad…

 

3

 

Vaak voel ik de aandrang
de top van de Parnasse te bereiken
mij te verpozen tussen
de muzen in het Elysium
en inspiratie op te doen
door mij te laven aan het ambrozijn
Maar nooit weet ik hoe:
mijn vleugels zouden zeker te klein zijn
de woorden zouden mij vast te kort schieten

Vaak voel ik de aandrang
mee te doen aan ”la Grande Bouffe”
mij te storten in orgiën
van slagroomtaart, wijn en wijven
Maar ik ben bang voor mijn maag
en voor het afgunstig kijven.

Soms ook voel ik de aandrang mij terug te trekken op
een onbewoond eiland
geen zorgen meer en ook
geen ellende van de wereld op mijn bord:
Maar dat moet toch te vinden zijn
en misschien hoef ik niet eens alleen!
Peter Massee
20-08-1998

Gedicht An jan 2017

Een gelukkig 2017!

Vandaag het derde gedicht n.a.v. “nacht en nevel” van Hilly. An zette een mooie hoopvolle gedachte op papier, passend bij deze donkere dagen en het Nieuwe Jaar.

 

3

 

Nacht en nevel

 

Duisternis daalt in mijn brein
Nacht en nevel doen mij beven,
maar één straaltje zon draalt achter
die donkerte en grijze luchten
Ik slaak een bevrijdende zucht
als ik besef dat zij er altijd is
De zon die soms schuilt achter
donkere schaduwen die een
menselijk brein kunnen verlammen
Soms…

 

An Cuijpers-Rutjens
November 2016

 

Gedicht Karin 2 dec 2016

Ook dit jaar geen ouderwetse witte Kerst. Maar dat geeft niet, want bij dit midwintergedicht kun je ook lekker wegdromen… Een heel fijne Tweede Kerstdag gewenst!

1

 

Winter

Alles rondom is wit
Het laat zich niet temperen
door grauwe luchten
zwaar van bottenkoude nevel
Nee zelfs als de zon niet schijnt
blinken lokken fluisteren de wittinten

Dan vliegen met de lichtheid van blaadjes
de koolmeesjes pimpelmeesjes
roodborstjes mussen merels
mijn dag binnen
Ze schijnen zon

Springlevend zijn hun
warme lichaampjes
in de vrieskou
Luidruchtig kwetteren ze
tegen vetbollen en zaadjes
van hun bestaan

Ze kleuren ze trillen ze proeven de tuin
Ze schijnen zon

Karin, januari 2013

Gedicht Karin dec 2016

Vandaag het tweede gedicht n.a.v. de opdracht van Hilly: nacht en nevel. Karin schilderde een herfstsfeer.

Natuurlijk wensen wij alle lezers een Gelukkig Kerstfeest!

 

4

 

November

De nachten kruipen nu nog sneller
over de randen van de dag heen
De nevels verdringen nu nog dichter
het eens zo felle zomerlicht
Zij volgen slechts
de roep van het seizoen

Het zachte grijs van de dag
streelt de kat voor het raam
De warme kleur van gevallen blad
weet van zijn flets einde

De nachten zijn al kouder
De nevels vragen om een deken

Hunkering naar het haardvuur

Karin, november 2016

Kort verhaal José dec 2016

Deze grijze kille dagen lenen zich perfect voor een mooi, hartverwarmend verhaal. José is onze eigen Ospelse Simon Carmiggelt…

 

1

 

Wachtkamer

Het is druk in de wachtkamer van de huisarts.
De warme, klamme lucht van natte jassen slaat als een vieze vaatdoek in mijn gezicht als ik naar binnenloop en plaatsneem op de enige nog vrije stoel.
De sfeer die er hangt is er een van afwachting, tersluikse ronddwalende blikken met een voorzichtige glimlach voor diegene die toevallig je ogen ontmoeten.
Gesprekken komen niet veel verder dan het weer of het gebrek daaraan.

Op de een of andere manier voel je je verbonden met je wachtkamergenoten, je bent er tenslotte niet voor niets, ergens hapert er iets. Bij sommigen is duidelijk te zien wat er mankeert als ik zo eens quasi nonchalant rondkijk. Een pleister of een bandage, van pijn vertrokken gezichten of een enkel koortsig uitziend exemplaar.
Ik voel een licht klopje op mijn bovenbeen en kijk naar mijn rechterbuurvrouw.
‘Het valt mee hoor, de wachttijd,’ fluistert ze met een glimlach ‘er zijn meerdere dokters aanwezig vandaag.’
De zachte rimpels rondom haar ogen en mondhoeken zijn als een subtiel bewijs van een blijmoedig karakter in haar doorleefde gezichtje geschetst. De sprankelende ogen fonkelen als heldere sterren in een koude winternacht. Haar lichaamshouding straalt vastberadenheid uit, opgeheven hoofd, kaarsrechte rug, haar benen als twee wachtposten netjes naast elkaar, tas op schoot en haar in Mephisto’s gestoken voeten stevig op de grond.

‘Ik hoop dat je niets ernstigs onder de leden hebt.’
Ze kijkt me vragend aan en verwacht blijkbaar een antwoord op haar toch wel directe vraag.
‘Nee hoor, gewoon een controle.’
‘Gelukkig maar.’ zegt ze enigszins opgelucht. Mijn antwoord blijkt een soort van vrijbrief te zijn om haar eigen verhaal te vertellen.
‘Weet je, mijn man zaliger was nooit ziek, had zelfs nog nooit een griepje gehad. En plotseling was hij weg, zijn lijf was er nog wel, maar zijn geest was gevlogen, snap je?’
Ik knik en kijk in haar vochtige ogen, poelen van herinneringen.
‘We hebben het altijd zo goed gehad samen, bijna 55 jaar van veel liefde, plezier, ups en een enkele down ook wel en niet te vergeten onze 9 kinderen.’
Ze geeft me een olijke knipoog.
‘Ja dat zat ook wel goed! Maar ondanks onze lieve kinderen voel ik me toch vaak alleen, als een afgedreven bootje op een grote oceaan. Ik mis hem nog elke minuut van de dag. De nachten niet hoor, dan is hij altijd aanwezig in mijn dromen. Ik verfoei dan ook de ochtenden dat ik gewekt word door het koude daglicht. Daarom ben ik hier, voor mijn dosis gelukkige nachtrust.’
Als haar naam wordt geroepen door de assistente, staat ze vastberaden op, kijkt me aan en fluistert bijna onhoorbaar: ‘Mijn geluk is niet meer wat het was, ik krijg het nu op recept.’

Verbaasd kijk ik haar na en realiseer me dat oud worden niet per definitie een garantie voor geluk is.
©José Bergh – September 2011

Gedicht Anja dec 2016

Hilly gaf de schrijfopdracht: nacht en nevel. Dankjewel daarvoor Hilly, het inspireerde ons tot bijzondere gedichten. Vandaag het eerste: een sfeervol herfstbeeld van Anja.

 

7

 

De zomer weifelt om zijn greep los te laten
los getrapt helmgras krijgt een okeren tint.
Nachten lengen zich en verdwijnen in de nevel,
die als een wollige deken alles omarmt.
Schaapjes zo dichtbij en toch,
zo veraf, verdwenen in wazige wolken.

Forse bomen tranen. Hun voorbije tijd
komen amper boven de mist uit
en onder aan de voet staan onkruid
en mos te snakken naar water.
Afgevallen blad siert mijn pad
tot een kleurig tapijt.

Niet dat ik ze zie, maar ik luister,
plotseling, omhoogkijkend,
wordt de stilte verbroken
door gekwetter van een zwerm ganzen,
die oplossen achter een grauw hemeldak.

In het dampende morgenland
komt een onzeker zonnetje op.
Anja Massee
November 2016

Uit de oude doos, 99: Annie

Voor Annie was de komst van het jaar 2000 niet zo veel anders dan andere jaarwisselingen: wel of geen goede voornemens?!

3

 

Op weg naar de volgende eeuw

 

Joggend, steppend
zwemmend, fietsend
aerobiccend, wandelend
hollen we de nieuwe eeuw tegemoet

Met Montignac, Weight Watchers
Groene Kruis en Slimming
jo-jo-end en punten tellend
schransen we richting volgende eeuw

Lekker strak
vooral jong en kwiek
met opgepushte borst en bilpartij
naar een rimpelloze naderende eeuw

Al fietsend, wandelend en aqua joggend
geef ik het op
bollend, hangend en etend
avontuur ik het nieuwe millennium

 

Annie Kessels

Gedicht Peter nov 2016

Het woord “gastvrijheid” wordt de laatste jaren anders gebruikt. Maar voor Peter betekent het nog steeds: een dierbare, enthousiaste vakantieherinnering.

 

5

 

Gastvrijheid

 

Waar hebben we dat beter ervaren?
geen vervelend woord gehoord
totaal geen nare ervaringen
overal gastvrij ontvangen

En dan het landschap
groen naast kale rots
met kleine weggetjes
ontvangt je met open armen
landtongen en eindeloos veel
meren, kastelen en pubs

En dan vis, forel, zalm
een vliegvisparadijs
midden in de stad

Hebben we ervan genoten?
willen we nog eens terug?
jazeker, al is het nog deze week!

We zijn ontregeld
want we zijn weer terug
en waar is dat paradijs??
vlakbij! uurtje vliegen!
Ierland!

 
Peter Massee

Kort verhaal Terry nov 2016

De schrijfopdracht van Merel “troetelbeer” inspireerde Terry tot een heus horrorverhaal. Zij heeft beslist geen thriller of horrorfilm nodig voor haar “broodnodige stress”…

th

 

Allesbehalve troetelbeertjes

“Zo,” zegt hij met een stralende glimlach “we zullen eens gaan kijken.” Ik daarentegen vind er niet veel aan te lachen. Duidelijker nog, het is smerig, vies en als ik ergens schrik voor heb dan is het wel voor dit soort.
Hij struint door de tuin met zijn werkschoenen, op weg naar de kist. Ik blijf op veilige afstand.

Het begon allemaal met Willem zijn afscheidsfeest. Een tiental jonge mannen gezeten in de tuin met het nodige bier en snacks. Stoere praat en lachsalvo’s waren zelfs door het dubbel glas duidelijk waar te nemen. Had de buren hiervoor al gewaarschuwd.
Deze waren zeer empathisch. Immers zo zeiden ze, waren ze zelf ook ooit jong geweest. Tja, ik ook. Een rare gewaarwording, soms voelt het als de dag van gister, de andere keer voelt het eeuwen geleden.
Net wanneer ik dacht dat het voor Willem wel heel leuk moest zijn om zijn vaste vriendenkring daags voor zijn vertrek nog eens bijeen te hebben, kwam hij vloekend naar binnen.
“Gadverdamme, mama, er liep gewoon een rat door onze tuin!” schreeuwde hij.
Mijn nekhaar ging automatisch omhoog staan en al mijn spieren stonden in topspanning. “Ga weg!” riep ik. “Waar?” “Hij kwam uit de heg en liep over de muur tussen de buren en ons. Halverwege draaide hij weer om en kroop terug de heg in.”
“Sodeju,” vloekte ik “ik ga morgen meteen de gemeente waarschuwen.”
Dat verrekte rot beest was nog niet eens bang uitgevallen ook. Zoveel mensen in de tuin, de buitenlamp aan en dan nog het lef hebben om je te laten kijken. Mijn avond was bedorven. Ik was in staat om te verhuizen, zo smerig vond ik dit.
Alhoewel het nog warm weer was, zette ik mijn raam niet meer open. In mijn gedachten zag ik het monster al via het muurtje omhoog klimmen naar mijn open slaapkamerraam. Om mij in diepe rust te overmeesteren. Of erger nog, in mijn warme bed te kruipen en zich tegen mij aan te nestelen. Jak, kreeg al bijna kotsneigingen als ik er aan dacht.

Een paar dagen nadat ik mij via een formulier had aangemeld, kwam een man van de gemeente de tuin onder de loep nemen. Hij kon niet achterhalen waar het zat of waar het kreng op af zou zijn gekomen. Er was niets eetbaars in de tuin voor handen en ook in de garage was, behalve de nodige opslag van goederen, geen lekkernij te bekennen.
Ik vroeg me af waarom zo’n gemoedelijke en vriendelijke man dit werk deed. Kon me nauwelijks voorstellen dat hij vroeger hiervan gedroomd had. Of bij de beroepskeuzevraag van de juf zei: “Ik wil later rattenvanger van Hamelen worden”. Besloot om het hem niet te vragen. Per slot van rekening was ik maar al te blij dat iemand dit vuile werkje voor me op wilde knappen. Plus: zo’n aardige man wou ik in zijn waarde laten en geen depressie aanpraten.
Hij besloot dat het waarschijnlijk een “verdwaalde“ rat zou zijn geweest. Wanneer ik er weer een zag, moest ik maar weer aan de bel trekken. In mijn geval wordt dat een scheepstoeter. Want mocht ik dat kutbeest zelf tegenkomen dan is heel Nederweert meteen op de hoogte door mijn paniekschreeuw.

Enkele dagen erna stond mijn buurvrouw Annie aan de deur. Ze had “um” in levende lijve aanschouwd en nog wel overdag. Ze stond op de waterkoker te wachten en keek ondertussen door de hordeur naar buiten. Op zijn ooie dooie kwam een grote bruine rat uit hun schuurtje gewandeld om op zijn gemak over te steken naar mijn tuin.
Nu is mijn buurvrouw een pittige tante en voor den duvel niet bang. In gedachten zag ik haar al bewapend met een compleet messenblok de rat aan de grasmat spiesen.
Maar nee hoor, het enige wat ze deed was met open mond de rat nastaren en zachtjes “rat” uitspreken. Minpunten voor Annie.
Mijn mannetje van de gemeente werd dus weer benaderd………

Hij kwam zelf al via de garagedeur naar de tuin. Toen ik zijn hoofd tevoorschijn zag komen, zakte mijn neiging om te emigreren en gloorde er weer enige hoop aan de horizon. Dit keer plaatste hij twee kisten die bevestigd waren aan een stoeptegel.
In de kist werd een val geplaatst met daarin een dot pindakaas. In mijn geval, Calvé pindakaas. Ja, wie is er niet groot mee geworden? Liever gezegd: welke rat is er niet dood aan gegaan? “Vinden ze heel lekker.” zei de rattenexpert. “Is ook een goed merk” antwoordde ik flauw. Hij lachte. Hij vertelde enthousiast over een agrarisch bedrijf waar hij vóór mij was geweest. Honderden ratten zaten daar. Ik sloeg mijn handen voor mijn mond. “Je ziet ze bij binnenkomst alle kanten opstuiven” gebaarde hij “en overal zie je zwarte sleepsporen waar ze naar beneden en naar boven gaan”. Teveel informatie, teveel informatie, schreeuwde mijn brein. Had de neiging om als een kind de vingers in mijn oren te stoppen en te schreeuwen: “lalalalalalalalalalalalala”.
“Je moet de kisten zelf maar controleren.” sloot hij het gesprek af. “Nee, dacht het niet.” spuugde ik er onnadenkend uit. “Echt niet, nee joh, dat ga ik echt niet doen!” erbij zwaaiend met mijn handen alsof ik bezeten was. Hij schaterde het uit. “Okay,” zei hij sussend ”ik kom over een week weer terug om te kijken.” Mijn redder in nood.

Na een hele week als een kat naar buiten te zijn geslopen, met mijn ogen strak op de dichtstbijzijnde kist gericht, stond mijn superman weer op de stoep.
In de ene kist zat niets, in de andere een grote bruine rat, al aangevreten door de wormen. “Kijk,” showde hij de rat triomfantelijk “hebbes.” “Bahbahbahbahbah” schudde ik met mijn hoofd. En sprong een stuk naar achter. “Heb je misschien een zak?” vroeg hij. Ik snelde naar de schuur en reikte het aan vanaf een stoeptegel of vier van hem vandaan. “Ik zal het wel meenemen.” glimlachte hij. Allang blij dat we het straattuig hadden gevangen en het uit het zicht in de zak zat opgeborgen. “We zullen er nog een paar weken pindakaas in doen, om te kijken of er nog meer zitten.” zei hij resoluut.
Méér, nog méér, nee, help, niet nog méér! Herinnerde me zijn verhaal over de agrariër en als in een horrorvisioen zag ik me al belaagd worden door honderden bruine ratten. “Zzzzzouden er dan nog meer zitten?” stotterde ik. “Tja, waar d’r één zit zitten er meestal ook meer.” antwoordde hij. “Maar het hoeft niet natuurlijk” zei hij er snel achter aan, toen hij de wanhoop van mijn gezicht las.
Troosteloos sjokte ik naar de kelderkast waar ik de pot pindakaas van de vorige keer opzij had gezet.

En nu is hij dan weer terug. Aangekomen bij de kist die achter in de tuin staat, wenkt hij me en roept: “Kom eens”. Ik zet een paar passen in zijn richting en vraag: “Waarom?” “Nou, hier hoef ik niet eens de kist open te maken om te zien of er een rat in zit, zijn staart steekt er namelijk al uit.”
Als een gek loop ik terug naar de achterdeur om bij elk mogelijk “gevaar” naar binnen te kunnen schieten. Trots als een visser die een enorme baars heeft gevangen, laat hij de rat aan de val voor zich uit bungelen. “Weer een zak?”, vraag ik terwijl ik al naar de garage loop om er een te halen. Het tweede familielid verdwijnt op de zelfde manier als het eerste. Hij trekt zijn handschoenen uit en legt de buit op de aanhangwagen in een kist. “Lust je soms een kop koffie?” bied ik hem aan. “Nee, helaas heb ik daar vandaag weinig tijd voor, het is erg druk.” antwoordt hij.
Hij maakt nog een klein praatje en loopt terug naar het gemeentevoertuig.
Zo’n aardige man die zulke vervelende klusjes moet opknappen. Hij heeft zelfs het postuur van een troetelbeer, gelijk zijn uitstraling. In tegenstelling tot een rat. In elk verhaal of sprookje is dit toch altijd de boosdoener, de schurk. Verre van een troeteldier. Vraag me af, waarom ze zelfs bestaan. Als het zo zou zijn geweest dat God de aarde heeft geschapen, dan had hij toch wel een verrekt slechte dag toen hij dit onding schiep.
Volgende week komt de vriendelijke rattenvanger weer terug.
Tot dan houd ik de kisten angstvallig in de gaten.
Terry