Feeds:
Berichten
Reacties

Vol trots presenteren wij dit bericht over onze Nina en haar zeer speciale gedichtenbundel. Wij wensen haar veel bijzondere reacties en hopen dat zij zo veel mensen mag steunen!

Nina Vergoosen verloor haar ouders op jonge leeftijd. Ze was 6 jaar toen haar moeder overleed en 27 jaar toen haar vader overleed. Door het overlijden van haar moeder is haar veilige basis, die ieder kind nodig heeft, weggevallen. Vele jaren heeft ze dit verdriet met zich meegedragen. Dit verdriet vanuit jong ouderverlies van lang geleden noemen we verlaat verdriet.

Door de geboorte van Nina’s dochter in 2023 is haar verlaat verdriet naar de oppervlakte gekomen en heeft zij hier woorden aan gegeven. Zo is haar gedichtenbundel ‘Verlaat Verdriet Gedicht‘ ontstaan. Ze weet uit eigen ervaring hoe moeilijk het leven met jong ouderverlies soms kan zijn. De gedichten zijn bedoeld om herkenning te bieden, hoop te geven en een hart onder de riem te steken.

‘Verlaat Verdriet Gedicht’ is er voor jou als jij jong ouderverlies hebt meegemaakt, ook als dit verlies al van lang geleden is. Het biedt herkenning, erkenning en troost. Je bent niet alleen! Laat dit verhaal in het licht blijven. Deel, stuur het door naar iemand, reageer of tag iemand die zich hierin herkent

De bundel is te koop via Nina’s website: ninavergoossen.com of via de volgende verkooppunten:

  • PNails by Petra Ospel
  • Buitencentrum De Pelen Ospel
  • Bruna Nederweert
  • Bruna Weert
  • Cigo van Bun Weert
  • Vivant Leuken Weert
  • De Kleine Tovenaar Roermond

Wil je dat zij een keer haar verhaal komt delen?
Delen doet helen. Je kunt een lezing boeken door haar een bericht te sturen via haar website.

Gedicht Resi april 2025

Over het onderwerp de tijd kom je nooit uitgeschreven… Op deze stralende lentedag presenteren wij onze Resi haar beschouwingen.


De tijd gegeven


Het kan jouw tijd zijn

of misschien de mijne

wellicht tijd in het algemeen

wat doe je ermee

hoe beleef je hem

waar vliegt de tijd toch heen?

Geniet van jouw tijd

bij alles wat je doet

een voorraadje ervan is je gegeven

verspil hem niet

gebruik hem goed

geef bestemming aan jouw leven

tijd glipt door je handen

als je er niet op let

tijd is immers onomkeerbaar

er is een heden

en zelfs een verleden

tijd duurt heel eventjes maar

dan is er de toekomst

eeuwig onzeker

wat zal de tijd ons leren?

wachten we tezamen

op het einde der tijden

of gaat het tij nog keren?


Resi Faessen

Droombeelden 1999, An 2

Jouw ouderlijk huis, jouw wortels, jouw geboortegrond: aanleiding voor onze An voor een eenvoudig maar krachtig gedicht.

De levensboom



Twee boogscheuten van hier

stond mijn geboortehuis


Het staat er nu niet meer,

het is al heel lang gruis


Maar de lindeboom ertegenover,

waarschijnlijk hoorde hij mijn kreet

in de nacht dat ik ben geboren


Hoe lang nog zal hij staan

met takken die geen blad meer krijgen?


Nog nestelen duiven in zijn kruin

en wiegen kraaien op zijn twijgen



An Cuijpers

Gedicht Annie april 2025

Een helder en mooi gedicht van onze Annie over ouder worden en de tijd…

Waar blijft de tijd


Plots slaat het tijdsbesef toe en realiseer ik me

dat de tijdsbalk niet terug geschoven kan worden

Mijn doorlooptijd heeft zijn langste tijd gehad

en de verwachting van mijn tijdsbestek is ongewis

Wat heb ik door de tijd heen met mijn tijd gedaan?

Was het pure tijdverspilling?

Want ineens heb ik het gevoel dat ik tijd tekort kom


Ik vrees dat met tijdmanagement de tijdsdruk steeds groter zal worden

en tijd blijven rekken, zelfs al ben ik over tijd, is zonde van mijn tijd

Tijdvertraging zou een oplossing kunnen zijn

of eventueel een reis in een tijdcapsule,

maar deze dagdromerij is nutteloos en tijdrovend

en daardoor ligt tijdverspilling op de loer


Inmiddels weet ik…

De tijd buigt niet voor mij, maar ik moet voor haar buigen

Ze wacht niet op mij…


De tijd is gekomen dat ik momenten ga vullen

met doen en nietsdoen met plezier

Mijn tijd wordt een tuin

waarin bloemen groeien en bloeien

troost bieden en ik

de tijd geniet die me gegeven is.



Annie Kessels

Een heeeerlijk “ouderwets”verhaal van onze José! Ga er maar lekker voor zitten en geniet ervan!

Tik tak, tik tak …

Angst.

Mijn hart klopt in mijn keel. Ik kan amper ademhalen en ik zie niets, mijn wereld is zwart. Ik probeer diepe teugen lucht in mijn longen te pompen maar er zit iets over mijn mond geplakt. Met mijn hand doe ik een poging om mijn mond vrij te krijgen. Tie-wraps! Ik kan mijn handen amper voelen zo strak knellen ze om mijn polsen. Van schrik probeer ik om me heen te schoppen maar dat lukt niet, mijn enkels zitten ook aan elkaar. Door de blinddoek ben ik gedesoriënteerd, ik voel hete tranen door de zachte doek druppelen en mijn neus dreigt verstopt te raken waardoor ademen al helemaal niet lijkt te lukken…

Ik voel mijn hartslag verhogen en krijg het Spaans benauwd als ik eraan denk dat mijn ademhaling zou stagneren. De druk op je borst die toeneemt bij een paniekaanval…

Stoppen met janken! Denk na!

Ik lig op mijn rug. Probeer me op mijn linkerzij te draaien zodat ik eventueel niet ga stikken als mijn neus volloopt. Met veel pijn en moeite lukt het een beetje te draaien maar het lijkt wel uren te duren. Een zachte ondergrond. Een matras? Of misschien een deken? Het stinkt in ieder geval zo erg dat ik er van ga kokhalzen. Er golft een beetje braaksel vanuit mijn keel mijn mond in. Duct tape houdt het tegen en ik begin verwoed te slikken. Het zure goedje moet terug naar binnen! Mijn penibele situatie dringt steeds heftiger tot me door. Hoe ben ik hierin verzeild geraakt in godsnaam? Maar belangrijker nog… hoe kom ik hier uit!

De stress raakt me. Schuur met je hoofd over het matras of de deken! Probeer de blinddoek weg te krijgen zodat je misschien kunt zien waar je je bevindt en maak dan eventueel een plan.

Ik beweeg mijn hoofd op en neer. Van links naar rechts en van boven naar beneden. De blinddoek begint een beetje te schuiven en koortsachtig ga ik sneller en sneller met mijn hoofd bewegen tot ik door een spleetje een kruimeltje licht zie. Fanatiek ga ik verder tot de blinddoek als een haarband om mijn hoofd zit. Ik sper mijn ogen wagenwijd open totdat ze een beetje gewend zijn aan de donkere omgeving, waar slechts door een spleetje in een verduisterd raampje een minuscuul straaltje licht binnen valt. Een kelder lijkt het wel. Allemaal donkere schaduwen in nog donkerdere hoeken. Een houten trap. Een deur… Ik moét erheen. HOE!!??

Draai je benen. Probeer op je knieën terecht te komen en schuifel dan richting de trap. Kijk rond of je ergens iets scherps ziet zodat je die tie-wraps wellicht door kunt krijgen. Kom op! Actie!!

Ik draai zo lang tot ik op mijn billen beland. Vandaar schuif ik over de grond richting de trap. Ik zie van allerlei troep in de wandstelling tegen de muur recht tegenover me. Emmers, blikken, dozen in allerlei maten. Glazen potten met vreemde voorwerpen in. De rillingen lopen over mijn lijf als ik besef waar ik naar kijk als ik dichterbij kom.

Dit is niet goed, helemaal niet goed. Weer begin ik te kokhalzen waardoor de tranen in mijn ogen springen. Slikken en doorgaan! Ik zal toch zo’n pot moeten breken wil ik iets scherps in handen krijgen. Voortvarend ga ik door. Ik moet me op mijn knieën draaien zodat ik makkelijker bij de grootste pot kan…

 Precies!! Ik zei het toch! Je knieën. Makkelijker!

Met mijn schouder stoot ik de grootste pot om die met een oorverdovend geluid tegen het beton klettert. De stank is niet te harden als de inhoud zowat over me heen stroomt. Als ik mijn mond open had gehad dan had ik alles wat er in mijn lijf zat uitgekotst. Maar weer slik ik zo goed en zo kwaad weer alles in. Met mijn handen achter mijn rug tast ik in het rond, op zoek naar een grote glasscherf. Tot mijn intense vreugde voel ik er een die me weliswaar eerst in mijn vel snijdt, maar die groter is dan ik had durven hopen. Met een uiterste krachtinspanning klem ik hem tussen duim en vingers en probeer mijn polsen zo te draaien dat de scherf het plastic beroert. Voorzichtig maak ik zagende bewegingen maar door het bloed in mijn hand dreigt de scherf steeds weg te glippen. Frustratie maakt zich meester van me tot ik ineens geluid hoor. Ik houd mijn adem in en spits mijn oren. Snelle voetstappen lijken het wel. Het geluid komt van ergens boven me. Dichterbij dan me lief is. Als ik dan ineens hoor dat iemand een sleutel in het slot van de deur omdraait, lijken mijn zenuwen het te begeven en zou ik wel willen gillen. De deur zwaait open en licht stroomt naar binnen. Een grote vent met een mes in zijn handen kijkt me vals aan.

‘Bitch! Dat had je niet moeten doen. Nu heb je mijn pronkstuk kapot gemaakt. Daar ga je zwaar voor boeten!’

Ergens in de verte hoor ik een deurbel en ik begin zachtjes te roepen…

Ergens in de verte hoor ik een deurbel en ik begin zachtjes te vloeken…

Niet altijd fijn als je uit je concentratie wordt gehaald. Ik kijk op de klok en ik heb geen idee wat ik met de tijd heb gedaan. Ik sla mijn boek dicht en loop naar de voordeur in de hoop dat het slechts een of andere jehova getuige is zodat ik de deur voor diens neus kan dichtslaan en lekker verder kan gaan lezen.



©José Bergh -Berben, maart 2025

N.a.v. het zinnetje: Wat heb ik met de tijd gedaan…

Gedicht Terry maart 2025

Wij vieren de zomertijd met dit prachtig onder woorden gebracht gedicht van onze Terry.

Jeugdfoto


Ze staart me aan

dat kind

gezeten op de schommel

gedragen door de wind


geen notie van wat voor

haar ligt

geenszins zorgen barend

vastgelegd als wicht


ik graaf en speur

in mij

in de hoop dat ik je vind

decennia draafden voorbij

gedragen door de wind


Terry van Lierop

Droombeelden 1999: An 1

Naar aanleiding van ons bezoek aan een prachtige beeldentuin, schreef onze An dit “steengoed” sonnet.

Het is het eerste uit een selectie van gedichten uit onze bundel “Droombeelden”.



Beeldentuin

Spinsels uit een kunstenaarsbrein

zagen later het levenslicht,

verbeelden zoals in een gedicht

’s levens schoonheid ’s levens pijn.


Rotsformaties en sculpturen

laten zich abstract bekijken,

zijn vaak anders dan ze lijken

verhaal van uitgedoofde vuren.


Toch herrezen uit de as

steeds de aardse stervelingen

door de kunstenaars herschapen


zal hun hart altijd weer zingen,

met bloemen zijn getooid hun slapen.

Heden zoals het vroeger was.



An Cuijpers

Gedicht Resi maart 2025

Ook onze Resi had een onmisbare knuffel in haar jongste jaren!

Mijn allervroegste jeugd

 
Mijn pasgeboren ik op de foto,

onwetend van een toekomst,

nog niet gehinderd door antipathie

jegens filmcamera’s en fototoestellen.

Mijn ziel nog niet ontbloot

in verdrietige noch blije kiekjes.

Een portret met een kartelrandje,

in sepia van een slapend ukkie,

wat vergeeld en door de tijd vervaagd.

‘t Zou eigenlijk iedereen kunnen zijn,

maar ik herken mezelf aan mijn knuffel.

Juist dit pluchen beertje,

goudgeel met 2 donkerbruine glazen oogjes

en een geborduurd zwart neusje,

zou mijn steun en toeverlaat worden.

Gelukkig is Beertje niet ondergedompeld

in vergankelijkheid, maar ligt hij als erfstuk

te genieten van zijn oude dag

bij een van de kleinkinderen.


Toentertijd had ik nergens weet van,

maar ik heb veel geleerd

in de loop der jaren.

Ach, het is een mensenleven geleden.


Resi Faessen-Teeuwen

Een ontwapenend verhaal van onze Terry over een wel erg stoer jongetje in de Groote Peel.

Feest

Die miezerige beestjes, daar heeft hij geen boodschap aan. Draken, die zal hij wel eens een lesje leren, of een grote haai. Nee, hij had met zijn vader op zee gevaren en wel zeven haaien  en tien inktvissen doorboord. De andere kinderen, dametjes van zes en zeven jaar oud, kijken hem ietwat lacherig aan. Zij zijn wel enthousiast bezig met de speurtocht die ik heb opgezet ter ere van mijn dochters zevende verjaardag. Lars is het enigst jongetje in de groep en dat zullen we weten!

Wij zitten gezamenlijk op het steigertje bij het ven Meerbaansblaak, in de Groote Peel. Uitgedost met laarzen en onderzoekingsmateriaal om water, planten en dieren te kunnen bestuderen. Voor hem allemaal ouwe koek! “Schrijvertjes: schijtertjes zul je bedoelen!” O jee, denk ik, zitten wij in die fase. Ik lach een groepje volwassen voorbijgangers verontschuldigend toe, wanneer hij uit volle borst schreeuwt: “Hoe moet zo’n beestje nou pissen, ik zie niet eens een lul!” Wanneer hij op weg naar de vogelkijkhut nog meer wild west-verhalen en ferme taal rondstrooit, grijp ik hem bij zijn kraag en trek hem naar mij toe. Ik maak hem duidelijk dat dit een leuk verjaardagsfeestje moet worden en dat ik niet gediend ben van zo’n grote mond. Heel even is Lars onder de indruk.

Bij de vogelkijkhut kan hij zelfs vertederd kijken bij het aanschouwen van een voorbij zwemmende moeder fuut met jong op haar rug. De meiden kunnen hun moedergevoelens niet onderdrukken en storten zich met verrekijkers op het raam. Ze maken nu zelfs meer herrie dan de talloze broedende en rondvliegende meeuwen. Bij het horen en zien van zoveel “flauwe meidenkul” pakt hij zijn denkbeeldige mitrailleur en met een hard “tatatatatatatat” verlaat hij triomfantelijk de vogelkijkhut. Na het spelen van luistervink, een spel waarbij ze geblinddoekt  zoveel mogelijk geluiden moeten zien te onthouden, heeft Lars het langste lijstje en ik geef hem daarvoor een pluim. Hij groeit en zegt trots dat hij de “sjempjun” is, niemand kan hem “biete”. Wanneer we op de uitkijktoren gaan tekenen, doet hij zowaar echt zijn best. Met veel tamtam en enthousiasme legt Lars me uit wat hjj allemaal ziet. Zelfs de giechelmeiden kijken hem bewonderend aan en zijn eventjes stil.

Als hij dreigt terug te vallen in zijn machotaal en -manieren, vertel ik vlug een anekdote over de werkende mannen in de Peel. “Op sommige plaatsen vind je ineens veel meer begroeiing, zie je dat?” vraag ik. “Weet je hoe dat komt?” Mijn feestneuzen schudden van nee. “Vroeger toen de mensen hier turf staken, moesten ze natuurlijk ook wel eens plassen en op die plasplekken groeien nu meer grassen.” ”Dat is tof,” zegt Lars, “dat waren dan sterke kerels, pisten gewoon de planten omhoog.”

Na nog wat opdrachten en ezelsbruggetjes voor het onthouden van vogelnamen (wulp verwijst naar zijn gulp),  komen we weer aan bij het bezoekerscentrum Mijl op zeven. In het bezoekerscentrum heb ik ook nog wat opdrachtjes in petto. Ze slaan aan zowel bij de meiden als bij Lars. Vol bewondering kijkt hij naar een grote foto van twee pauzerende turfstekers gezeten op turf in de Peel. Naast de foto staat authentiek gereedschap dat ze bij hun noeste arbeid gebruikten. “Volgens mij moesten hun hard weken zeg, met al dat gereedschap”, fluistert hij vol ontzag. Ik knik. “Ze hebben wel goed hun best gedaan he? Het is hier mooi geworden.“ Hij kijkt me aan. Ik glimlach en vraag: “Vond je het wel leuk met al die meiden?“ “Viel best mee”, geeft hij volmondig toe. ”Ik vraag aan ons pap of hij ook eens met mij hier heen gaat.”

Terry van Lierop

Wiens grote vriend is hij niet geweest: de knuffel! Onze Karin laat die van haar praten.

Jouw vroegste vroeger



Bracht de nacht jou onrust

redde ik jouw droom

Bracht de dag jou spelletjes

speelde ik mee

Had je koorts

kalmeerde ik jou

Had je tranen

troostte ik ze weg

Was je blij, levendig

lachte ik mee

Was je vol verhalen

hoorde ik ze aan


Ik was immers jouw knuffel

Jouw hele wereld



Karin Vossen