Vol trots presenteren wij dit bericht over onze Nina en haar zeer speciale gedichtenbundel. Wij wensen haar veel bijzondere reacties en hopen dat zij zo veel mensen mag steunen!
Nina Vergoosen verloor haar ouders op jonge leeftijd. Ze was 6 jaar toen haar moeder overleed en 27 jaar toen haar vader overleed. Door het overlijden van haar moeder is haar veilige basis, die ieder kind nodig heeft, weggevallen. Vele jaren heeft ze dit verdriet met zich meegedragen. Dit verdriet vanuit jong ouderverlies van lang geleden noemen we verlaat verdriet.
Door de geboorte van Nina’s dochter in 2023 is haar verlaat verdriet naar de oppervlakte gekomen en heeft zij hier woorden aan gegeven. Zo is haar gedichtenbundel ‘Verlaat Verdriet Gedicht‘ ontstaan. Ze weet uit eigen ervaring hoe moeilijk het leven met jong ouderverlies soms kan zijn. De gedichten zijn bedoeld om herkenning te bieden, hoop te geven en een hart onder de riem te steken.
‘Verlaat Verdriet Gedicht’ is er voor jou als jij jong ouderverlies hebt meegemaakt, ook als dit verlies al van lang geleden is. Het biedt herkenning, erkenning en troost. Je bent niet alleen! Laat dit verhaal in het licht blijven. Deel, stuur het door naar iemand, reageer of tag iemand die zich hierin herkent
De bundel is te koop via Nina’s website: ninavergoossen.com of via de volgende verkooppunten:
PNails by Petra Ospel
Buitencentrum De Pelen Ospel
Bruna Nederweert
Bruna Weert
Cigo van Bun Weert
Vivant Leuken Weert
De Kleine Tovenaar Roermond
Wil je dat zij een keer haar verhaal komt delen? Delen doet helen. Je kunt een lezing boeken door haar een bericht te sturen via haar website.
Een heeeerlijk “ouderwets”verhaal van onze José! Ga er maar lekker voor zitten en geniet ervan!
Tik tak, tik tak …
Angst.
Mijn hart klopt in mijn keel. Ik kan amper ademhalen en ik zie niets, mijn wereld is zwart. Ik probeer diepe teugen lucht in mijn longen te pompen maar er zit iets over mijn mond geplakt. Met mijn hand doe ik een poging om mijn mond vrij te krijgen. Tie-wraps! Ik kan mijn handen amper voelen zo strak knellen ze om mijn polsen. Van schrik probeer ik om me heen te schoppen maar dat lukt niet, mijn enkels zitten ook aan elkaar. Door de blinddoek ben ik gedesoriënteerd, ik voel hete tranen door de zachte doek druppelen en mijn neus dreigt verstopt te raken waardoor ademen al helemaal niet lijkt te lukken…
Ik voel mijn hartslag verhogen en krijg het Spaans benauwd als ik eraan denk dat mijn ademhaling zou stagneren. De druk op je borst die toeneemt bij een paniekaanval…
Stoppen met janken! Denk na!
Ik lig op mijn rug. Probeer me op mijn linkerzij te draaien zodat ik eventueel niet ga stikken als mijn neus volloopt. Met veel pijn en moeite lukt het een beetje te draaien maar het lijkt wel uren te duren. Een zachte ondergrond. Een matras? Of misschien een deken? Het stinkt in ieder geval zo erg dat ik er van ga kokhalzen. Er golft een beetje braaksel vanuit mijn keel mijn mond in. Duct tape houdt het tegen en ik begin verwoed te slikken. Het zure goedje moet terug naar binnen! Mijn penibele situatie dringt steeds heftiger tot me door. Hoe ben ik hierin verzeild geraakt in godsnaam? Maar belangrijker nog… hoe kom ik hier uit!
De stress raakt me. Schuur met je hoofd over het matras of de deken! Probeer de blinddoek weg te krijgen zodat je misschien kunt zien waar je je bevindt en maak dan eventueel een plan.
Ik beweeg mijn hoofd op en neer. Van links naar rechts en van boven naar beneden. De blinddoek begint een beetje te schuiven en koortsachtig ga ik sneller en sneller met mijn hoofd bewegen tot ik door een spleetje een kruimeltje licht zie. Fanatiek ga ik verder tot de blinddoek als een haarband om mijn hoofd zit. Ik sper mijn ogen wagenwijd open totdat ze een beetje gewend zijn aan de donkere omgeving, waar slechts door een spleetje in een verduisterd raampje een minuscuul straaltje licht binnen valt. Een kelder lijkt het wel. Allemaal donkere schaduwen in nog donkerdere hoeken. Een houten trap. Een deur… Ik moét erheen. HOE!!??
Draai je benen. Probeer op je knieën terecht te komen en schuifel dan richting de trap. Kijk rond of je ergens iets scherps ziet zodat je die tie-wraps wellicht door kunt krijgen. Kom op! Actie!!
Ik draai zo lang tot ik op mijn billen beland. Vandaar schuif ik over de grond richting de trap. Ik zie van allerlei troep in de wandstelling tegen de muur recht tegenover me. Emmers, blikken, dozen in allerlei maten. Glazen potten met vreemde voorwerpen in. De rillingen lopen over mijn lijf als ik besef waar ik naar kijk als ik dichterbij kom.
Dit is niet goed, helemaal niet goed. Weer begin ik te kokhalzen waardoor de tranen in mijn ogen springen. Slikken en doorgaan! Ik zal toch zo’n pot moeten breken wil ik iets scherps in handen krijgen. Voortvarend ga ik door. Ik moet me op mijn knieën draaien zodat ik makkelijker bij de grootste pot kan…
Precies!! Ik zei het toch! Je knieën. Makkelijker!
Met mijn schouder stoot ik de grootste pot om die met een oorverdovend geluid tegen het beton klettert. De stank is niet te harden als de inhoud zowat over me heen stroomt. Als ik mijn mond open had gehad dan had ik alles wat er in mijn lijf zat uitgekotst. Maar weer slik ik zo goed en zo kwaad weer alles in. Met mijn handen achter mijn rug tast ik in het rond, op zoek naar een grote glasscherf. Tot mijn intense vreugde voel ik er een die me weliswaar eerst in mijn vel snijdt, maar die groter is dan ik had durven hopen. Met een uiterste krachtinspanning klem ik hem tussen duim en vingers en probeer mijn polsen zo te draaien dat de scherf het plastic beroert. Voorzichtig maak ik zagende bewegingen maar door het bloed in mijn hand dreigt de scherf steeds weg te glippen. Frustratie maakt zich meester van me tot ik ineens geluid hoor. Ik houd mijn adem in en spits mijn oren. Snelle voetstappen lijken het wel. Het geluid komt van ergens boven me. Dichterbij dan me lief is. Als ik dan ineens hoor dat iemand een sleutel in het slot van de deur omdraait, lijken mijn zenuwen het te begeven en zou ik wel willen gillen. De deur zwaait open en licht stroomt naar binnen. Een grote vent met een mes in zijn handen kijkt me vals aan.
‘Bitch! Dat had je niet moeten doen. Nu heb je mijn pronkstuk kapot gemaakt. Daar ga je zwaar voor boeten!’
Ergens in de verte hoor ik een deurbel en ik begin zachtjes te roepen…
Ergens in de verte hoor ik een deurbel en ik begin zachtjes te vloeken…
Niet altijd fijn als je uit je concentratie wordt gehaald. Ik kijk op de klok en ik heb geen idee wat ik met de tijd heb gedaan. Ik sla mijn boek dicht en loop naar de voordeur in de hoop dat het slechts een of andere jehova getuige is zodat ik de deur voor diens neus kan dichtslaan en lekker verder kan gaan lezen.
Een ontwapenend verhaal van onze Terry over een wel erg stoer jongetje in de Groote Peel.
Feest
Die miezerige beestjes, daar heeft hij geen boodschap aan. Draken, die zal hij wel eens een lesje leren, of een grote haai. Nee, hij had met zijn vader op zee gevaren en wel zeven haaien en tien inktvissen doorboord. De andere kinderen, dametjes van zes en zeven jaar oud, kijken hem ietwat lacherig aan. Zij zijn wel enthousiast bezig met de speurtocht die ik heb opgezet ter ere van mijn dochters zevende verjaardag. Lars is het enigst jongetje in de groep en dat zullen we weten!
Wij zitten gezamenlijk op het steigertje bij het ven Meerbaansblaak, in de Groote Peel. Uitgedost met laarzen en onderzoekingsmateriaal om water, planten en dieren te kunnen bestuderen. Voor hem allemaal ouwe koek! “Schrijvertjes: schijtertjes zul je bedoelen!” O jee, denk ik, zitten wij in die fase. Ik lach een groepje volwassen voorbijgangers verontschuldigend toe, wanneer hij uit volle borst schreeuwt: “Hoe moet zo’n beestje nou pissen, ik zie niet eens een lul!” Wanneer hij op weg naar de vogelkijkhut nog meer wild west-verhalen en ferme taal rondstrooit, grijp ik hem bij zijn kraag en trek hem naar mij toe. Ik maak hem duidelijk dat dit een leuk verjaardagsfeestje moet worden en dat ik niet gediend ben van zo’n grote mond. Heel even is Lars onder de indruk.
Bij de vogelkijkhut kan hij zelfs vertederd kijken bij het aanschouwen van een voorbij zwemmende moeder fuut met jong op haar rug. De meiden kunnen hun moedergevoelens niet onderdrukken en storten zich met verrekijkers op het raam. Ze maken nu zelfs meer herrie dan de talloze broedende en rondvliegende meeuwen. Bij het horen en zien van zoveel “flauwe meidenkul” pakt hij zijn denkbeeldige mitrailleur en met een hard “tatatatatatatat” verlaat hij triomfantelijk de vogelkijkhut. Na het spelen van luistervink, een spel waarbij ze geblinddoekt zoveel mogelijk geluiden moeten zien te onthouden, heeft Lars het langste lijstje en ik geef hem daarvoor een pluim. Hij groeit en zegt trots dat hij de “sjempjun” is, niemand kan hem “biete”. Wanneer we op de uitkijktoren gaan tekenen, doet hij zowaar echt zijn best. Met veel tamtam en enthousiasme legt Lars me uit wat hjj allemaal ziet. Zelfs de giechelmeiden kijken hem bewonderend aan en zijn eventjes stil.
Als hij dreigt terug te vallen in zijn machotaal en -manieren, vertel ik vlug een anekdote over de werkende mannen in de Peel. “Op sommige plaatsen vind je ineens veel meer begroeiing, zie je dat?” vraag ik. “Weet je hoe dat komt?” Mijn feestneuzen schudden van nee. “Vroeger toen de mensen hier turf staken, moesten ze natuurlijk ook wel eens plassen en op die plasplekken groeien nu meer grassen.” ”Dat is tof,” zegt Lars, “dat waren dan sterke kerels, pisten gewoon de planten omhoog.”
Na nog wat opdrachten en ezelsbruggetjes voor het onthouden van vogelnamen (wulp verwijst naar zijn gulp), komen we weer aan bij het bezoekerscentrum Mijl op zeven. In het bezoekerscentrum heb ik ook nog wat opdrachtjes in petto. Ze slaan aan zowel bij de meiden als bij Lars. Vol bewondering kijkt hij naar een grote foto van twee pauzerende turfstekers gezeten op turf in de Peel. Naast de foto staat authentiek gereedschap dat ze bij hun noeste arbeid gebruikten. “Volgens mij moesten hun hard weken zeg, met al dat gereedschap”, fluistert hij vol ontzag. Ik knik. “Ze hebben wel goed hun best gedaan he? Het is hier mooi geworden.“ Hij kijkt me aan. Ik glimlach en vraag: “Vond je het wel leuk met al die meiden?“ “Viel best mee”, geeft hij volmondig toe. ”Ik vraag aan ons pap of hij ook eens met mij hier heen gaat.”