Zoals beloofd, vandaag het vervolg op het sukkelseks-avontuur van panda Wu Wen. Een origineel verhaal van onze Terry over de perikelen bij de stokstaartjes…
Elke keer wordt ze weer met de neus op de feiten gedrukt. Zij zal nooit moeder worden. De frustratie zit hoog, evenals het verdriet. Als ze de kinderen van haar zus ziet, of op hen moet passen, is ze in eerste instantie blij, maar daarna slaat de mismoed vaak toe. Niet dat ze het niet fijn vindt voor haar zus, o nee, maar zo graag had ze haar moedergevoelens op haar eigen vlees en bloed losgelaten.
Zo dicht met je familie samenleven heeft zijn voor- en nadelen. Het veilige beschermde gevoel wat heerst onder hen is nergens anders voelbaar. Dat weet ze donders goed. Maar toch, het gras blijft altijd groener bij de buren. Als ze buiten op de kleintjes let, speurt ze de omgeving altijd goed af naar eventueel gevaar. Stel er zou iets met de kinderen van haar zus gebeuren, dan kan ze wel inpakken.
Bij de omgeving afspeuren vangt ze vaak de blik van de buurvrouw. Je kan er ook niet langs kijken, laten we het zo zeggen. Jezus, wat is die vrouw zwaar zeg. Werken ho maar. Ze zit de hele dag met haar luie reet bamboe te kauwen en soms klimt ze op een toestel om er als een kind weer vanaf te glijden. Iedereen heeft de mond vol over het voortplantingsproces van Wu Wen en haar partner. Maar lui als ze is heeft ze er niet vaak zin in. Tjonge jonge, dat kan ze nu echt niet begrijpen!
Bij hen krijgt alleen het alfavrouwtje kinderen, de rest is een andere job toebedeeld. Graven, op de kleintjes letten of op wacht staan. Haar zus is sterker, mooier, groter en steviger dan zij. Zodoende kwam ze in de positie van alfavrouwtje. “Jij”, zei hun moeder altijd, “bent het scharminkel van de familie”. Tja ze heeft haar bouw ook niet gekozen. Maar ze heeft zoveel goede eigenschappen, ze is sterk, kan uitstekend graven en ze weet zeker dat ze een voortreffelijke moeder zou zijn.
Van ver ziet ze de juf van het park aankomen. Van dichtbij ruikt ze haar. Wij stokstaartjes zijn namelijk bijziend. De juf begint meteen te kletsen, iets wat mensen de godganselijke dag kunnen doen. Ze kan het waarschijnlijk ook niet helpen. Maar wanneer ze begint uit te weiden dat de sukkelseks poging van Wu Wen is gelukt, sluit ik mijn oren af. Ook dat kunnen wij stokstaartjes, voor als we gaan graven. Zo komt er geen zand in onze oren. In dit geval handig, hoef ik het hele verhaal niet aan te horen. Ik verdwijn in het gangenstelsel, ik heb er mijn buik van vol.
Ook onze Terry liet zich wel heel graag inspireren door het opgegeven woord “sukkelseks”… Vandaag het eerste van de twee verhalen, die bij elkaar horen.
Het is al dagen merkbaar. Ze ruikt als het ware zijn behoefte.
Och, er is niks mis met die vent. Hij is groot en stevig, waar ze wel van houdt.
Maar daardoor stuntelt hij heel wat af. Hij wil van alles maar er zit ook van alles in de weg, laten we het daar op houden.
Haar behoefte is bijna nihil. Haar seksdrive is ongeveer zeven dagen per jaar.
Ja, ze kan het ook niet helpen. Ze prefereert haar rust. En zeg nou eerlijk, wat is er heerlijker dan eten? Door de jaren heen is ze goed geworden in het rondhangen en snacken. Oké, ze is tonnetje rond, maar hé, dat zit ook wel degelijk in de familie.
Zonder uitzondering. Soms ziet ze die scharminkels van hierlangs wel eens naar haar loeren, om vervolgens weg te duiken als ze haar blik vangen.
Mensen rondom hen zijn ook constant bezig met de vraag of er nog geen baby’s in aantocht zijn. Pffff zo vermoeiend.
De alom bekende vraag: “Wordt het niet eens tijd voor gezinsuitbreiding?”
Of : “je wil toch wel een stamhouder voortbrengen?” Zelfs haar goede vriendin drukt het haar regelmatig op het hart, dat ze toch meer toe moet geven aan zijn avances. Ze merkt dat hij er rusteloos van wordt de laatste tijd. En de laatste dagen betrapt ze zich er op dat ze wel open staat voor toenadering en seksuele gevoelens de overhand krijgen.
Langzaamaan nadert hij haar van achter en legt zijn armen om haar heen.
Ze blijft staan en uit haar keel ontsnapt een genoegzaam geluidje.
Dit wakkert zijn drift nog meer aan en hij bijt in haar oor en gromt dierlijk.
Na verschillende sukkelseks pogingen, gaat het dan toch echt gebeuren en is de copulatie een feit. Hij neemt tevreden afstand terwijl zij ietwat beduusd achterblijft.
Haar goede vriendin komt binnen en zegt: “Wat goed Wu Wen! Ik ben zo benieuwd of het nu eindelijk gelukt is. Valt niet mee om vrouwtjes panda’s te porren voor een goed potje seks!” Ze leidt haar naar buiten waar ze weer heerlijk kan genieten van de bamboe die al voor haar klaar ligt.
“Tot dadelijk meissie, ik ben even naar de stokstaartjes hierlangs”.
Het woord dat we opkregen om over te schrijven, was: sukkelseks. Die kans op het creëren van een “fraai” schrijfsel, liet o.a. onze José zich niet ontnemen! Het werd dan ook een heeeel gezellige middag 😋
Cat in the bag…
Kijk dan, kijk hem daar nou liggen het scharminkel.
Geboeid, letterlijk, bekijkt hij mij vanuit het kingsize bed terwijl het kwijl in zijn gerimpelde mondhoeken staat en zijn brillenglazen er van beslaan.
Het maandelijkse ritueel begint me toch echt een beetje tegen te staan. Alles maar dan ook letterlijk alles moet ik uit de kast trekken om hem een beetje tevreden te houden. Natuurlijk had ik dat toentertijd ingecalculeerd maar zo lang?!
Het was uiteraard geen toevallige botsing destijds op de Miljonair Fair. Ik had me van tevoren zeer goed ingelezen. Alles wat er over hem te vinden was op internet verzameld. Een degelijke background-check die me leerde dat hij een tachtigjarige vrijgezel was, kinderloos en stinkend rijk. Wat wil een vrouw nog meer? Dat hij verdorie uit een heel erg sterk geslacht afkomstig is heb ik waarschijnlijk ergens over het hoofd gezien.
Vijfentachtig is hij inmiddels, veeleisend en verrekte vol van zichzelf. Eerlijk gezegd had ik hem met mijn seksuele kunsten nog geen jaar gegeven, maar helaas. In de bloei van mijn leven ben ik, op mijn achtentwintigste dus, veroordeeld tot een maandelijks potje sukkelseks. De originele blauwe pillen werken bij hem ook nog eens dondersgoed, ik moet me dus ongeveer 6 uur uit de naad werken terwijl hij daar ligt te kwijlen en me continu orders blijft geven. Ik ben het zo zat! Het liefst zou ik met mijn opgeblazen voorgevel op zijn gezicht gaan liggen zodat hij langzaam zijn laatste adem uitblaast. Maar dan zal het NFI wel op de stoep staan met zo’n groot leeftijdsverschil, met de gedachte dat er wel een enkel vuiltje aan de lucht zal zijn. En daar zit ik uiteraard ook niet op te wachten. De hele rit dan maar uitzitten lijkt me het verstandigste. Gelukkig kan ik vaak gebruik maken van de diensten van zijn inwonende chauffeur, anders hield ik het helemaal niet meer vol.
En ja hoor.
Ein-de-lijk komt meneer. Al na 4 uur zelfs, record! Zijn zielige pielemuis stoot een wolkje stof uit dat nog te bedroevend is om er een naam aan te geven. Maar hij ligt te grijnzen alsof hij zojuist de snelste tijd van de marathon van Rotterdam gehalveerd heeft. Ongelooflijk.
Maar misschien levert het me weer een mooie handtas voor mijn verzameling op. De Ginza Tanaka bag staat al een eeuwigheid op mijn verlanglijstje. Hij kost dan wel rond de anderhalf miljoen maar potverdomme, ik moet er ook hard voor werken!!!