Deze laatste weken van december nodigen, meer dan ooit, uit om terug en vooruit te kijken. Wat een coronajaar was 2021! Onze Resi bracht haar gedachten en gevoelens knap onder woorden.
Wij wensen jullie in welke vorm dan ook een warm Kerstfeest en een supergoed 2022!
Zomaar een bezoek, zomaar samen zitten in de tuin: een dromerig, gevoelig gedicht van Anja. Tijdloos en een oase van rust in deze woelige coronatijden.
De Grote Poets! Wat lijkt dat nu voor ons vele planeten en lichtjaren ver weg! Toen de rollen van man en vrouw nog héél duidelijk waren en het dagelijkse leven veel trager en eenvoudiger… Een leuk gedicht van Anja.
Annie geeft in knappe woorden weer hoe het machtigste donker uiteindelijk toch wijkt voor het zwakste lichtpuntje. Wij schenken jullie graag haar symbolische kaars, die beslist schijnt in deze moeilijke en verwarrende tijden!
Net zoals eerder in de coronaperiode, hebben wij van de SKO besloten om voorlopig geen lijfelijke bijeenkomsten te houden. En net zoals toen, gaan wij weer contact met elkaar houden via de e-mail. Elke week sturen wij om de beurt een anekdote, spannend kort verhaal of mooi gedicht. Net zoals in het boek Decamerone.
Bij wijze van uitzondering vandaag een bijdrage van buiten de SKO. Het is een ontroerend sfeerlied over Allerzielen. Het lied won ooit de jaarprijs als beste Vlaams lied. Wij hopen dat jullie er net zo van genieten en onder de indruk zijn dan wij.
Karin heeft géén Marie Kondo nodig om het probleem “opruimen” te lijf te gaan. Tenminste, dat meent ze…
Lijstje van nog op te ruimen spullen
1. Veertien oude studieboeken die al jaren onaangeroerd op de plank staan.
Maar ja, mijn boekenkast ziet er zo wèl heel indrukwekkend uit. Toch maar niet wegdoen.
2. Mijn twee oude spijkerbroeken die tot op de draad versleten zijn.
Maar ja, zolang ze mij nog passen, ben ik niet zwaarder geworden en dat is toch wel een prettige mentale opsteker. Maar niet wegdoen dus.
3. Mijn oudste pyjama die vréselijk uit de tijd is en eigenlijk het stadium van poetslap heeft bereikt. Maar ja, ik slaap nooit zo lekker dan net in deze pyjama. Mag dus nog 1 winter blijven.
4. Een stapel verjaardagskaarten die ik de laatste jaren heb gekregen.
Maar ja, gooi ik die weg dan is het net of ik mijn vrienden en familie méé weggooi. Niet doen dus.
5. Twee-en-een-half paar sokken met ieder 1 gat in de buurt van de grote teen.
Maar ja, die hadden nu net zo een leuk patroontje. Vooruit dan, bewaren om de schoenen mee uit te poetsen.
6. Over schoenen gesproken… die zomersandaaltjes zijn al meer dan eens verzoold, de hakken zijn al eens geplakt en van het uitgedroogde leer word ik nu toch wel erg droevig.
Misschien voor een toneelstukje bewaren? Zucht, vooruit dan.
7. Mijn wel heel oude rammelfiets.
Maar ja, mijn nieuwe fiets is al eens een keer gestolen en toen was ik blij met mijn oud karretje als reserve. Toch wel handig… nee, maar niet wegdoen.
8. De driekwart tablet Aldi-chocolade die in de kast ligt en volgens de verpakking maar tot afgelopen week houdbaar was. O nee, die gooi ik zéker niet weg. Nu heel gauw opeten dus.
Weet je, opruimen is op deze manier best wel leuk. Je maakt tegelijkertijd psychisch ook een mooi proces door he. Ik denk dat ik dat eens vaker ga doen. Opgeruimd staat toch wel netjes.
Het is bijna Haloween: de liefhebbers kijken er al naar uit! Daarom vandaag een mooi en adembenemend verhaal van José dat helemaal in die sfeer past.
Danse macabre
Donkere wolken pakken zich samen terwijl de duisternis alles op lijkt te slokken.
Lichte regen daalt als zilte tranen op het ondoordringbare bladerdek van de bomen die bescherming bieden aan de eenzame figuur die met opgeslagen kraag over het kerkhof dwaalt.
Geluidloos loopt hij van steen naar steen, zijn donkere waakzame ogen aftastend, namen die hem niet raken.
Eén blik was genoeg geweest. Zijn hart had een sprong gemaakt alsof de bliksem insloeg bij het zien van zo’n pure schoonheid. De stilte om haar heen, de serene rust die ze uitstraalde. Hij had zich niet af laten schrikken door haar koude ogen, maar haar liefdevol verzorgd, opgetild en voorzichtig neergevlijd in haar nieuwe satijnen bed. Gelaten had ze het toegestaan, alsof het haar allemaal niets meer kon schelen. Ze was zo mooi. Een paar dagen later was hij met haar gaan rondrijden… onderweg vertellend over de schoonheid die hij zag, begeleid door een waterig zonnetje dat door de wolken piepte. Tot hij dan toch echt haar bestemming had bereikt, haar achterlatend in de kleine kring die afscheid van haar nam, iets dat hij absoluut niet kon… nooit!
Voetje voor voetje schuifelt hij verder totdat hij een eenzame treurwilg ontdekt in de verte.
Gestaag vervolgt hij zijn weg in die richting, ondertussen om zich heen spiedend of hij niemand ziet.
De boom biedt een prachtige bescherming voor zijn engeltje. De grillige zware takken lijken haar als een octopus te omarmen.
Voorzichtig laat hij zich op zijn knieën vallen en begint met zijn handen zorgvuldig de verse aarde te verwijderen.
Hij wil haar weer zien, zeggen wat hij voor haar voelt, samen met haar zijn, het liefst voor eeuwig.
Als hij uiteindelijk op het mahoniehouten deksel stuit, opent hij het en glimlacht bij het zien van zijn liefje. Hij klopt het zand van zijn kleding en haalt uit zijn binnenzak de capsule die hem naar haar zal brengen.
Consciëntieus verschuift hij haar koude lichaam een beetje en gaat bij haar liggen.
Zachtjes slaat hij zijn armen om haar heen en stopt de capsule in zijn mond. Met een klap trekt hij het deksel weer op zijn plaats en begint aan zijn laatste uitvaart, een zelf gekozen dodendans.
De treurwilg ziet het met lede ogen aan… de rust keert weer terug.