Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Schrijverskring Ospel’ Category

Vandaag het tweede gedicht n.a.v. de opdracht van Hilly: nacht en nevel. Karin schilderde een herfstsfeer.

Natuurlijk wensen wij alle lezers een Gelukkig Kerstfeest!

 

4

 

November

De nachten kruipen nu nog sneller
over de randen van de dag heen
De nevels verdringen nu nog dichter
het eens zo felle zomerlicht
Zij volgen slechts
de roep van het seizoen

Het zachte grijs van de dag
streelt de kat voor het raam
De warme kleur van gevallen blad
weet van zijn flets einde

De nachten zijn al kouder
De nevels vragen om een deken

Hunkering naar het haardvuur

Karin, november 2016

Read Full Post »

Deze grijze kille dagen lenen zich perfect voor een mooi, hartverwarmend verhaal. José is onze eigen Ospelse Simon Carmiggelt…

 

1

 

Wachtkamer

Het is druk in de wachtkamer van de huisarts.
De warme, klamme lucht van natte jassen slaat als een vieze vaatdoek in mijn gezicht als ik naar binnenloop en plaatsneem op de enige nog vrije stoel.
De sfeer die er hangt is er een van afwachting, tersluikse ronddwalende blikken met een voorzichtige glimlach voor diegene die toevallig je ogen ontmoeten.
Gesprekken komen niet veel verder dan het weer of het gebrek daaraan.

Op de een of andere manier voel je je verbonden met je wachtkamergenoten, je bent er tenslotte niet voor niets, ergens hapert er iets. Bij sommigen is duidelijk te zien wat er mankeert als ik zo eens quasi nonchalant rondkijk. Een pleister of een bandage, van pijn vertrokken gezichten of een enkel koortsig uitziend exemplaar.
Ik voel een licht klopje op mijn bovenbeen en kijk naar mijn rechterbuurvrouw.
‘Het valt mee hoor, de wachttijd,’ fluistert ze met een glimlach ‘er zijn meerdere dokters aanwezig vandaag.’
De zachte rimpels rondom haar ogen en mondhoeken zijn als een subtiel bewijs van een blijmoedig karakter in haar doorleefde gezichtje geschetst. De sprankelende ogen fonkelen als heldere sterren in een koude winternacht. Haar lichaamshouding straalt vastberadenheid uit, opgeheven hoofd, kaarsrechte rug, haar benen als twee wachtposten netjes naast elkaar, tas op schoot en haar in Mephisto’s gestoken voeten stevig op de grond.

‘Ik hoop dat je niets ernstigs onder de leden hebt.’
Ze kijkt me vragend aan en verwacht blijkbaar een antwoord op haar toch wel directe vraag.
‘Nee hoor, gewoon een controle.’
‘Gelukkig maar.’ zegt ze enigszins opgelucht. Mijn antwoord blijkt een soort van vrijbrief te zijn om haar eigen verhaal te vertellen.
‘Weet je, mijn man zaliger was nooit ziek, had zelfs nog nooit een griepje gehad. En plotseling was hij weg, zijn lijf was er nog wel, maar zijn geest was gevlogen, snap je?’
Ik knik en kijk in haar vochtige ogen, poelen van herinneringen.
‘We hebben het altijd zo goed gehad samen, bijna 55 jaar van veel liefde, plezier, ups en een enkele down ook wel en niet te vergeten onze 9 kinderen.’
Ze geeft me een olijke knipoog.
‘Ja dat zat ook wel goed! Maar ondanks onze lieve kinderen voel ik me toch vaak alleen, als een afgedreven bootje op een grote oceaan. Ik mis hem nog elke minuut van de dag. De nachten niet hoor, dan is hij altijd aanwezig in mijn dromen. Ik verfoei dan ook de ochtenden dat ik gewekt word door het koude daglicht. Daarom ben ik hier, voor mijn dosis gelukkige nachtrust.’
Als haar naam wordt geroepen door de assistente, staat ze vastberaden op, kijkt me aan en fluistert bijna onhoorbaar: ‘Mijn geluk is niet meer wat het was, ik krijg het nu op recept.’

Verbaasd kijk ik haar na en realiseer me dat oud worden niet per definitie een garantie voor geluk is.
©José Bergh – September 2011

Read Full Post »

Hilly gaf de schrijfopdracht: nacht en nevel. Dankjewel daarvoor Hilly, het inspireerde ons tot bijzondere gedichten. Vandaag het eerste: een sfeervol herfstbeeld van Anja.

 

7

 

De zomer weifelt om zijn greep los te laten
los getrapt helmgras krijgt een okeren tint.
Nachten lengen zich en verdwijnen in de nevel,
die als een wollige deken alles omarmt.
Schaapjes zo dichtbij en toch,
zo veraf, verdwenen in wazige wolken.

Forse bomen tranen. Hun voorbije tijd
komen amper boven de mist uit
en onder aan de voet staan onkruid
en mos te snakken naar water.
Afgevallen blad siert mijn pad
tot een kleurig tapijt.

Niet dat ik ze zie, maar ik luister,
plotseling, omhoogkijkend,
wordt de stilte verbroken
door gekwetter van een zwerm ganzen,
die oplossen achter een grauw hemeldak.

In het dampende morgenland
komt een onzeker zonnetje op.
Anja Massee
November 2016

Read Full Post »

Voor Annie was de komst van het jaar 2000 niet zo veel anders dan andere jaarwisselingen: wel of geen goede voornemens?!

3

 

Op weg naar de volgende eeuw

 

Joggend, steppend
zwemmend, fietsend
aerobiccend, wandelend
hollen we de nieuwe eeuw tegemoet

Met Montignac, Weight Watchers
Groene Kruis en Slimming
jo-jo-end en punten tellend
schransen we richting volgende eeuw

Lekker strak
vooral jong en kwiek
met opgepushte borst en bilpartij
naar een rimpelloze naderende eeuw

Al fietsend, wandelend en aqua joggend
geef ik het op
bollend, hangend en etend
avontuur ik het nieuwe millennium

 

Annie Kessels

Read Full Post »

Het woord “gastvrijheid” wordt de laatste jaren anders gebruikt. Maar voor Peter betekent het nog steeds: een dierbare, enthousiaste vakantieherinnering.

 

5

 

Gastvrijheid

 

Waar hebben we dat beter ervaren?
geen vervelend woord gehoord
totaal geen nare ervaringen
overal gastvrij ontvangen

En dan het landschap
groen naast kale rots
met kleine weggetjes
ontvangt je met open armen
landtongen en eindeloos veel
meren, kastelen en pubs

En dan vis, forel, zalm
een vliegvisparadijs
midden in de stad

Hebben we ervan genoten?
willen we nog eens terug?
jazeker, al is het nog deze week!

We zijn ontregeld
want we zijn weer terug
en waar is dat paradijs??
vlakbij! uurtje vliegen!
Ierland!

 
Peter Massee

Read Full Post »

De schrijfopdracht van Merel “troetelbeer” inspireerde Terry tot een heus horrorverhaal. Zij heeft beslist geen thriller of horrorfilm nodig voor haar “broodnodige stress”…

th

 

Allesbehalve troetelbeertjes

“Zo,” zegt hij met een stralende glimlach “we zullen eens gaan kijken.” Ik daarentegen vind er niet veel aan te lachen. Duidelijker nog, het is smerig, vies en als ik ergens schrik voor heb dan is het wel voor dit soort.
Hij struint door de tuin met zijn werkschoenen, op weg naar de kist. Ik blijf op veilige afstand.

Het begon allemaal met Willem zijn afscheidsfeest. Een tiental jonge mannen gezeten in de tuin met het nodige bier en snacks. Stoere praat en lachsalvo’s waren zelfs door het dubbel glas duidelijk waar te nemen. Had de buren hiervoor al gewaarschuwd.
Deze waren zeer empathisch. Immers zo zeiden ze, waren ze zelf ook ooit jong geweest. Tja, ik ook. Een rare gewaarwording, soms voelt het als de dag van gister, de andere keer voelt het eeuwen geleden.
Net wanneer ik dacht dat het voor Willem wel heel leuk moest zijn om zijn vaste vriendenkring daags voor zijn vertrek nog eens bijeen te hebben, kwam hij vloekend naar binnen.
“Gadverdamme, mama, er liep gewoon een rat door onze tuin!” schreeuwde hij.
Mijn nekhaar ging automatisch omhoog staan en al mijn spieren stonden in topspanning. “Ga weg!” riep ik. “Waar?” “Hij kwam uit de heg en liep over de muur tussen de buren en ons. Halverwege draaide hij weer om en kroop terug de heg in.”
“Sodeju,” vloekte ik “ik ga morgen meteen de gemeente waarschuwen.”
Dat verrekte rot beest was nog niet eens bang uitgevallen ook. Zoveel mensen in de tuin, de buitenlamp aan en dan nog het lef hebben om je te laten kijken. Mijn avond was bedorven. Ik was in staat om te verhuizen, zo smerig vond ik dit.
Alhoewel het nog warm weer was, zette ik mijn raam niet meer open. In mijn gedachten zag ik het monster al via het muurtje omhoog klimmen naar mijn open slaapkamerraam. Om mij in diepe rust te overmeesteren. Of erger nog, in mijn warme bed te kruipen en zich tegen mij aan te nestelen. Jak, kreeg al bijna kotsneigingen als ik er aan dacht.

Een paar dagen nadat ik mij via een formulier had aangemeld, kwam een man van de gemeente de tuin onder de loep nemen. Hij kon niet achterhalen waar het zat of waar het kreng op af zou zijn gekomen. Er was niets eetbaars in de tuin voor handen en ook in de garage was, behalve de nodige opslag van goederen, geen lekkernij te bekennen.
Ik vroeg me af waarom zo’n gemoedelijke en vriendelijke man dit werk deed. Kon me nauwelijks voorstellen dat hij vroeger hiervan gedroomd had. Of bij de beroepskeuzevraag van de juf zei: “Ik wil later rattenvanger van Hamelen worden”. Besloot om het hem niet te vragen. Per slot van rekening was ik maar al te blij dat iemand dit vuile werkje voor me op wilde knappen. Plus: zo’n aardige man wou ik in zijn waarde laten en geen depressie aanpraten.
Hij besloot dat het waarschijnlijk een “verdwaalde“ rat zou zijn geweest. Wanneer ik er weer een zag, moest ik maar weer aan de bel trekken. In mijn geval wordt dat een scheepstoeter. Want mocht ik dat kutbeest zelf tegenkomen dan is heel Nederweert meteen op de hoogte door mijn paniekschreeuw.

Enkele dagen erna stond mijn buurvrouw Annie aan de deur. Ze had “um” in levende lijve aanschouwd en nog wel overdag. Ze stond op de waterkoker te wachten en keek ondertussen door de hordeur naar buiten. Op zijn ooie dooie kwam een grote bruine rat uit hun schuurtje gewandeld om op zijn gemak over te steken naar mijn tuin.
Nu is mijn buurvrouw een pittige tante en voor den duvel niet bang. In gedachten zag ik haar al bewapend met een compleet messenblok de rat aan de grasmat spiesen.
Maar nee hoor, het enige wat ze deed was met open mond de rat nastaren en zachtjes “rat” uitspreken. Minpunten voor Annie.
Mijn mannetje van de gemeente werd dus weer benaderd………

Hij kwam zelf al via de garagedeur naar de tuin. Toen ik zijn hoofd tevoorschijn zag komen, zakte mijn neiging om te emigreren en gloorde er weer enige hoop aan de horizon. Dit keer plaatste hij twee kisten die bevestigd waren aan een stoeptegel.
In de kist werd een val geplaatst met daarin een dot pindakaas. In mijn geval, Calvé pindakaas. Ja, wie is er niet groot mee geworden? Liever gezegd: welke rat is er niet dood aan gegaan? “Vinden ze heel lekker.” zei de rattenexpert. “Is ook een goed merk” antwoordde ik flauw. Hij lachte. Hij vertelde enthousiast over een agrarisch bedrijf waar hij vóór mij was geweest. Honderden ratten zaten daar. Ik sloeg mijn handen voor mijn mond. “Je ziet ze bij binnenkomst alle kanten opstuiven” gebaarde hij “en overal zie je zwarte sleepsporen waar ze naar beneden en naar boven gaan”. Teveel informatie, teveel informatie, schreeuwde mijn brein. Had de neiging om als een kind de vingers in mijn oren te stoppen en te schreeuwen: “lalalalalalalalalalalalala”.
“Je moet de kisten zelf maar controleren.” sloot hij het gesprek af. “Nee, dacht het niet.” spuugde ik er onnadenkend uit. “Echt niet, nee joh, dat ga ik echt niet doen!” erbij zwaaiend met mijn handen alsof ik bezeten was. Hij schaterde het uit. “Okay,” zei hij sussend ”ik kom over een week weer terug om te kijken.” Mijn redder in nood.

Na een hele week als een kat naar buiten te zijn geslopen, met mijn ogen strak op de dichtstbijzijnde kist gericht, stond mijn superman weer op de stoep.
In de ene kist zat niets, in de andere een grote bruine rat, al aangevreten door de wormen. “Kijk,” showde hij de rat triomfantelijk “hebbes.” “Bahbahbahbahbah” schudde ik met mijn hoofd. En sprong een stuk naar achter. “Heb je misschien een zak?” vroeg hij. Ik snelde naar de schuur en reikte het aan vanaf een stoeptegel of vier van hem vandaan. “Ik zal het wel meenemen.” glimlachte hij. Allang blij dat we het straattuig hadden gevangen en het uit het zicht in de zak zat opgeborgen. “We zullen er nog een paar weken pindakaas in doen, om te kijken of er nog meer zitten.” zei hij resoluut.
Méér, nog méér, nee, help, niet nog méér! Herinnerde me zijn verhaal over de agrariër en als in een horrorvisioen zag ik me al belaagd worden door honderden bruine ratten. “Zzzzzouden er dan nog meer zitten?” stotterde ik. “Tja, waar d’r één zit zitten er meestal ook meer.” antwoordde hij. “Maar het hoeft niet natuurlijk” zei hij er snel achter aan, toen hij de wanhoop van mijn gezicht las.
Troosteloos sjokte ik naar de kelderkast waar ik de pot pindakaas van de vorige keer opzij had gezet.

En nu is hij dan weer terug. Aangekomen bij de kist die achter in de tuin staat, wenkt hij me en roept: “Kom eens”. Ik zet een paar passen in zijn richting en vraag: “Waarom?” “Nou, hier hoef ik niet eens de kist open te maken om te zien of er een rat in zit, zijn staart steekt er namelijk al uit.”
Als een gek loop ik terug naar de achterdeur om bij elk mogelijk “gevaar” naar binnen te kunnen schieten. Trots als een visser die een enorme baars heeft gevangen, laat hij de rat aan de val voor zich uit bungelen. “Weer een zak?”, vraag ik terwijl ik al naar de garage loop om er een te halen. Het tweede familielid verdwijnt op de zelfde manier als het eerste. Hij trekt zijn handschoenen uit en legt de buit op de aanhangwagen in een kist. “Lust je soms een kop koffie?” bied ik hem aan. “Nee, helaas heb ik daar vandaag weinig tijd voor, het is erg druk.” antwoordt hij.
Hij maakt nog een klein praatje en loopt terug naar het gemeentevoertuig.
Zo’n aardige man die zulke vervelende klusjes moet opknappen. Hij heeft zelfs het postuur van een troetelbeer, gelijk zijn uitstraling. In tegenstelling tot een rat. In elk verhaal of sprookje is dit toch altijd de boosdoener, de schurk. Verre van een troeteldier. Vraag me af, waarom ze zelfs bestaan. Als het zo zou zijn geweest dat God de aarde heeft geschapen, dan had hij toch wel een verrekt slechte dag toen hij dit onding schiep.
Volgende week komt de vriendelijke rattenvanger weer terug.
Tot dan houd ik de kisten angstvallig in de gaten.
Terry

 

Read Full Post »

Op onze Facebook-pagina staan de mooiste herfstgedachten. Het is en blijft een seizoen dat veel inspiratie geeft. Resi is het daar helemaal mee eens!

 

images3m5bpvpz

 

Herfst

de geur van vocht
van vallend blad
de geur van mist
in herfst gevat

de geur van regen
van zompig mos
de geur van aarde in
het loofboombos

de geur van najaar
beleef het bewust
de geur van leven
van natuur die rust

Resi Faessen-Teeuwen

 

Read Full Post »

Bijna 17 jaar geleden… de hele wereld maakte zich erg druk over de komst van het jaar 2000! Dat inspireerde Annemiek tot het volgende verhaal.

 

images6tbeb020

 

Attentie, attentie. Hier volgt een oproep van de gemeente-politie

De metalen luidsprekerstem drijft de mensen massaal uit hun huizen.

De toekomst van deze gemeente biedt na het jaar 2000 geen perspectief:
Door computerstoringen zult u verstoken zijn van gas, water en elektriciteit.
Salarissen en uitkeringen kunnen niet uitbetaald worden.
Vliegverkeer blijkt onmogelijk.
Medische zorg is slechts beperkt voorhanden.
Wateroverlast ontstaat omdat de Waterschappen onvoldoende voorbereid zijn. Met alle gevolgen van dien.
In de winkels is nauwelijks voorraad aanwezig, wat plundering en brandstichting tot gevolg zal hebben.

Monotoon spuit de stem het ene schrikbeeld na het andere.

Het gemeentebestuur is gisterenavond voor een spoedzitting bijeengekomen. Om haar inwoners de vele millenniumrampen en het daarmee gepaard gaand leed te besparen, is door de raad besloten alle levensvormen in Nederweert te vernietigen. Om complicaties te vermijden wordt met onmiddellijke ingang de “Operatie millennium” opgestart.

Ontzet kijken we elkaar aan. Uit het niets verschijnen de helikopters. Ze cirkelen dreigend boven onze hoofden. De eerste geweersalvo’s klinken. Paniek breekt uit. Angstkreten, bloedspatten, vallende lichamen. De dood is overal. “Oh god, mijn kinderen. Waar zijn ze?” Ik krijs hun namen…
Iemand grijpt mijn bovenarmen. “Laat me los, ik wil niet sterven, ik wil niet…”
“Hé word eens wakker. Wat ben jij aan het rondspoken op de laatste dag van het jaar? “
Verwilderd kijk ik om me heen. De dekens liggen op de grond. Tranen rollen over mijn wangen. Mijn man kijkt me verbaasd aan. Nog nahuiverend vertel ik hem de gruwelijke details van mijn nachtmerrie.
“Het bloed, de lijken… het leek zo echt!”
“Ik begrijp het niet; waar komt die angst opeens vandaan? “
“Vind je dat gek? Maandenlang hoor je de negatieve millenniumproblemen aan zonder er serieus bij stil te staan. Nu is het bijna zover en nu bezorgt het me toch een onbehaaglijk gevoel. Er is zo weinig optimisme over het jaar 2000. Is er dan geen enkel lichtpuntje?“
“Toch wel. Je vergeet iets heel belangrijks: onze kinderen. Zolang er kinderen zijn, is er een toekomst.”
“Je zult wel gelijk hebben. Hier, een dikke kus; ik voel me weer wat rustiger!”
“Het aftellen is al begonnen. Kom, we gaan ervoor.”

Samen op weg naar 2000.
Annemiek Korsten

Read Full Post »

Ook deze week een gedicht n.a.v. een woord dat Merel ons had opgedragen. Annie combineerde het met een nieuwsbericht dat indruk op haar maakte. Het is een bijzonder gedicht geworden.

 

images2938w3m4

 

Een dood zwerft rond
grenzeloos en onzichtbaar
In tuinen en parken
is de roep om regen verstild

Usutu sluipt naar binnen
verzwakt en geeft geen kans
er rest alleen de schaduw
over hun ogen

en de dood in het merellijf

Annie Kessels
n.a.v. de grote sterfte onder merels door het Usutu-virus
oktober 2016

Read Full Post »

Onze trouwe volger Merel gaf ons als schrijfopdracht: nestkastje. Dat inspireerde An tot een mooie filosofische gedachte.

 

imagesi7zu3ant

 

in het huis van mijn verlangen
heb ik een nestkastje opgehangen
daar, in de schuilplaats van mijn hart,
woont de vogel van herinneringen
die vliegt waarheen hij wil.

An Cuijpers-Rutjens
Oktober 2016

Read Full Post »

« Newer Posts - Older Posts »