Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Schrijverskring Ospel’ Category

Vandaag een vrolijk griezelverhaal van Karin, voor bij kampvuur of barbecue. Misschien niet echt geschikt voor de allerkleinsten…

1

 

Schuif dichterbij, beste mensen, maak de kring zo klein mogelijk. Zodat u steun aan elkaar heeft en aan het licht en de warmte van de open haard. Luister! En huiver van dit gruwelijk en waar gebeurd verhaal:

Moord in het klooster

We schrijven Anno Domini 1648. Duistere plaats van handeling: een heel oud klooster, afgesneden van de buitenwereld, ergens hoog in de bergen. De monniken leidden daar een streng en sober leven. Het was er altijd koud en er waaide vaak een gure wind. Volgens hun gelofte, spraken deze mannen alleen maar op hoogtijdagen met elkaar.

Broeder Frenantius hoorde die morgen om kwart voor 4 een bloedstollende kreet. De schok was groot toen hij broeder Horatio vermoord in zijn slaapcel aantrof, precies een week na diens 54e verjaardag. “Kom toch! Help!” riep Frenantius uit. De aanblik was dan ook verschrikkelijk: eerst was broeder Horatio met een zwaar voorwerp al naar andere sferen gebracht. Daarna had de moordenaar over diens gehele romp een groot kruis gesneden. Vervolgens had hij de vier hoeken opengevouwen zodat al diens ingewanden bloot lagen. De abt loofde broeder Horatio tijdens de preek van de sobere teraardebestelling: “Wij betreuren zijn heengaan des te meer daar hij zo een uitmuntend voorzanger was. Nu zwijgt zijn prachtige stem voor eeuwig…”

Bij het tweede slachtoffer, broeder Kreuzerius, begon de anders zo gemoedelijke en serene sfeer te veranderen. Ook hij werd precies een week na zijn 54e verjaardag vermoord. De dader liep waarschijnlijk niet over van bruisende ideeën, want ook deze tweede broeder kwam, na een ferme tik, met een bloederig kruis over zijn opengereten romp aan het einde. “Jammer,” zo sprak de abt na het Requiem ”want broeder Kreuzerius heeft de afwaskeuken altijd met liefde geleid.”

Toen broeder Frenantius zeseneenhalve maand later 54 jaar werd, voelde hij nattigheid. Hij vroeg de abt dan ook: ”Mag ik mijn slaapcel afsluiten?” en deze kon alleen maar daarin toestemmen. Sidderend en bevend wachtte Frenantius af. Een week na zijn bescheiden verjaardagsfeestje, ’s morgens vroeg, zwegen de klokken voor het eerste ochtendgebed (kwart over 4 luidden de klokken namelijk voor het gebed van half 5). Er werd gelijk alarm geslagen: broeder Frenantius zou nooit meer zo trouw de klokken luiden voor alle gebeden en vieringen in de kapel. “Hoe kan de dader de slaapcel binnen zijn gekomen?” vroeg broeder Brutus zich af. De moordenaar was nu in ieder geval creatiever geweest, dat moet gezegd: na de gebruikelijke hogere sferen-procedure, had hij de celdeursleutel rechtop tussen de kaken van de arme Frenantius geklemd en vervolgens een half beddenlaken in zijn strot geduwd. Op zich een compliment aan de moordenaar: geen janboel, niet ingewikkeld en verrassend effectief.
Op dit punt in het verhaal moet ik u meer vertellen over broeder Brutus, u heeft zijn naam reeds horen noemen. Iedere avond wanneer alle andere broeders ’s avonds om half 10 naar bed gingen en het klooster rond 10 uur in diepe rust was, bad broeder Brutus van 10 tot 11 in zijn eentje. In verband met zijn late werktijden had hij compensatie gekregen voor het eerste ochtendgebed van half 5 en dit uurtje haalde hij vrijwillig ’s avonds van 10 tot 11 in. Van 11 tot 12 maakte hij dan de ronde over het kloostercomplex: hij keek nog even naar de dieren op de boerderij, sloot alle buitendeuren indien dat nog niet was gebeurd en controleerde op nog brandende kaarsen. Broeder Brutus trok zich de 3 moorden erg aan: “Waarom heb ik niets gezien of gehoord? Ik ben mede schuldig aan die moorden! Maar wacht eens… volgens mij word ik in de gaten gehouden! Meende ik immers de avond van de moord op broeder Frenantius niet dat er een stuk pij ergens de hoek om verdween? Het is en blijft een raadsel,” zo zuchtte hij.

Ongeveer een jaar lang bleef het rustig in het klooster, de broeders verdrongen de drie vervelende voorvallen. Echter, ook broeder Cornelius werd 54. Ook hij kreeg toestemming van de abt om zijn celdeur af te sluiten. “Mij krijgt de moordenaar niet!” zo sprak Cornelius zichzelf moed in. Deze woorden kracht bij zettend, barricadeerde hij zelfs de deur (hij was de houthakker van deze orde). De klok sloeg 10 uur. Wat denkt u? Was broeder Cornelius sterk genoeg om de bedreiger te weerstaan? Nee dus… Wel had de moordenaar ietsie pietsie meer moeite met deze sterke beer, getuige de chaos die in de cel werd aangetroffen. Het tafereel was adembenemend: blijkbaar was de flinke klap-fase niet geheel naar wens verlopen en was broeder Cornelius wankelend overeind gebleven. Echter, hij wankelde wel rechtstreeks met zijn linkeroog in de nagel aan de muur waaraan hij normaal gesproken zijn pij ophing. Bloederig, bloederig… Hij was vervolgens met het koord van zijn pij gewurgd en op deze wijze naar de hemel gegaan. Aan zijn voeten lag de sleutel van zijn celdeur.

Broeder Brutus was die morgen ongewoon opgewonden. Na veel geijsbeer en getob besloot hij uiteindelijk: “Ik vraag de abt om een zeer urgente biecht”. Toen werd hij weer wat rustiger en de rode blosjes op zijn wangen trokken wat weg. Wat denkt u luisteraar: HAD BROEDER BRUTUS WAT GEZIEN? WIST HIJ WIE DE DADER WAS? De abt zag de ernst van het verzoek in. Tussen het eerste ochtendgebed en de eerste landbouw-werkzaamheden in, nam hij hem apart in de kapel. Na een half uur kwamen ze weer naar buiten en je kon zien dat er een hele last van broeder Brutus zijn schouders was afgevallen. Hij snelde gauw naar de koeien die hij moest melken en… zakte door een hartstilstand in elkaar. Was dit toeval? Was dit opzet? Zat de abt zelf hier soms achter? Nu wist in ieder geval alleen nog maar de abt van moordwapen, motief en verdachte. En deze informatie had broeder Brutus hem doorgespeeld tijdens de biecht, het strengste der beroepsgeheimen. En de abt heeft het dan ook nooit doorverteld.
Karin Vossen
Oktober 2008

 

Read Full Post »

Soms komt er tijdens onze bijeenkomsten een heel persoonlijk en gevoelig gedicht naar voren. Dit prachtig gedicht van José willen wij graag met u delen. José, bedankt voor jouw toestemming voor publicatie!

images480UN6YZ

 

Observeren

Kristalhelder fonkelend,
voorgoed dicht, je blauwe ogen
gesloten, nog steeds bewegend
je mond, heel ingetogen

Gebogen je frêle schouders
je handen in elkaar
Je glimlacht zelfs
of meen ik dat maar?

Je zachte huid
ik raak je steeds aan
je rimpeltjes fronsen,
kun je me nog verstaan?

Ik vertel je verhalen
ook al slaap je zo zacht
de hoop blijft
dat je nog een keer naar me lacht

Mijn verstand weet wel beter
misschien ons laatste samenzijn,
ook al is het voor jou goed zo
loslaten doet zo ontzettend pijn

♥ José Bergh
Augustus 2016

 

Read Full Post »

Een hartverwarmende oproep aan de mensen van Resi om toch vooral zo verschillend te blijven!

images9MCWLUVA

Zeg Het Maar

Neem nu “eigenaardigheid”
en pluk het uit elkaar,
negatief wordt dan positief.
Ik zeg het je, voorwaar.

Denk je bij “eigenaardigheid“
aan toch wel merkwaardig gedrag.
Eigen aardigheid klinkt aardiger;
bij deze maak ik hiervan gewag.

Hoe zal dat nu toch komen,
die betekenis tweeërlei?
Neem en zeg het maar zoals je wil,
Het gebruik ervan staat vrij.

“Eigenaardig” of eigen aardig,
kies maar hoe het wordt verwoord.
Ík hou niet van “eigenaardigheid”, maar
eigen aardig is voor mij het synoniem voor:

PRETTIG GESTOORD.

Resi Faessen-Teeuwen
Juli 2016

 

 

Read Full Post »

Een zomers onderwerp op deze heerlijke zomerse dag… Zoals altijd is An een meester in “het kleine en gewone”. Veel leesplezier ermee onder de parasol!

 

images5KYX3IG6

 

wij fietsten langs aardappelvelden
zonder dat we met de fietsbel belden
we kwamen weer thuis heel tevree
ik bracht een verstekeling mee
want toen we later aan het eten waren
voelde ik iets kriebelen in mijn haren
een coloradokever had ik in mijn hand
die was onderweg op mijn hoofd geland
mijn fiets had hem verder gebracht
dan hij kon op eigen vleugelkracht

 

An Cuijpers-Rutjens
Juli 2016

Read Full Post »

Deze week twee bijdragen: een fris modern sprookje als verhaal van de maand en onderstaande indruk van een mooie culturele activiteit van de SKO. veel leesplezier!

 

crop_1790_colw_512

(foto: website Cuypershuis)

Uitstapje naar het Cuypershuis

Op woensdag 6 juli 2016, bij een stralend zonnetje, zijn we op bezoek geweest in het Cuypershuis, museum gewijd aan Pierre Cuypers, de beroemde architect uit Roermond. Voor meer info over dit museum: http://www.cuypershuisroermond.nl/home.html
Hij is vooral bekend geworden van zijn ontwerpen van het Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam. Op 22 mei 2015 is aan hem een prachtige aflevering gewijd in de tv-serie De IJzeren Eeuw: http://www.npo.nl/de-ijzeren-eeuw/22-05-2015/VPWON_1226677

Er was een wisselexpositie en je kon heerlijk ronddwalen in het oude huis met onvermoede gangetjes, trapjes en uitzichten. Je kreeg een mooi tijdsbeeld van de eeuwwisseling. Vooral de moeite waard was de kamer met schilderijportretten en stamboom van de familie Cuypers. In de tekenkamer en werkplaats van de architect ging je als vanzelf zo’n anderhalve eeuw terug in de tijd, ook al door de prachtige foto’s die daar hingen. Ook onvergetelijk waren de supersterke kopjes koffie in de lunchroom…

Wij hoopten stiekem een vermelding tegen te komen van het ontstaan van de parochiekerk te Ospel, die is nl. ook door hem ontworpen. Helaas is dat bijzondere verhaal alleen terug te vinden op de site van de parochie: http://parochieospel.nl/historie/ en in het jubileumboekje “100 jaar parochie Ospel” dat is samengesteld door pastoor Arts.

We hebben lekker bijgekletst, goed opgelet in het museum en inspiratie opgedaan. Natuurlijk moesten we de dag besluiten met een heerlijk etentje in een Nederweerter uitspanning. Een heerlijke dag!

(foto’s: Wim Kessels)

Vol aandacht voor de wisselexpositie “Design in Nederland en België”:

DSC_3258 DSC_3260

Onderonsje:

DSC_3265

Wat denk je, zou die passen bij mijn eettafel?

DSC_3268

Gipsbeeld en bijbehorende mal:

DSC_3271 DSC_3273

Na hard werken is het natuurlijk goed eten!

DSC_3281 DSC_3282

 

Read Full Post »

Het verhaal van deze maand is een modern, verrassend sprookje. De boodschap van An is duidelijk!

 

2

 

Verwoestende energie

Er was eens een land hier ver vandaan. Het was een mooi en welvarend land. Altijd al geweest. Door de natuur die nooit extreem was maar in alle jaargetijden mild bleef. Vruchten en bloemen gedijden en daardoor ook de dieren.
Ook het politieke klimaat was wolkeloos. Er waren goede afspraken voor de besturen van land en volk. De techniek en de landbouw werkten nauw samen. De twee chefs van het Landbouwschap en het Ministerie van Techniek zelfs zéér nauw.

Ze hadden door een zéér geheime soort genetische manipulatie een kweekmethode ontwikkeld: op een grote plantage teelden ze kweekreactors. De kleine plantjes waar ze aan groeiden, werden weer overgezet naar grote plantages, die over het hele land verspreid lagen. Zo wisten ze het geheim te bewaren. De beheerders wisten alleen hoe de planten op te kweken, niet hoe ze ontstonden. De reactors zagen er uit als kleine meloenen en ze waren mooi blinkend rood als ze plukrijp waren. Dan werden ze geplukt en zorgvuldig in kratten verpakt. Daarna werden ze over de hele wereld verstuurd.

Iedereen wilde er een hebben. Het zat namelijk zo: zo’n reactor wekte energie op. Was je moe in je benen dan hield je het reactortje ertegen et voilà, voor de rest van die dag had je onvermoeibare benen. Zo werden ze gebruikt door wielrenners.
Maar ook schrijvers en dichters kochten er een. Zij hielden de reactor boven op hun hoofd en ook wel op de hand die de pen hanteerde. Ze werden de eerste uren dan niet moe. En werkende moeders deden ’s avonds zingend de vervelendste karweitjes. Ook een traag darmstelsel kwam er weer door op gang. Juist! Door de reactor tegen de buik te houden. En oude mannen hadden er baat bij. Stromen energie trokken weer door hun oude botten en andere lichaamsdelen.

De plantages konden blijven leveren want de reactors hadden een levensduur van drie jaar. Het enige wat je moest doen, was hem ’s avonds een halfuurtje opwrijven. Owee als je het vergat: dan leverde hij daags erna geen energie. Zo kon het gebeuren dat hele volksstammen hun laatste energie van de dag gebruikten om hun reactors op te poetsen.

Ondertussen zaten de twee uitvinders niet stil. Ze waren steeds op zoek naar nog betere kweekmethoden. Op een dag kweekten ze een reactor zo groot als de Sint Pieter te Rome. En die reactor liep over van energie. Alles werd overspoeld met energie. De bossen overwoekerden de steden en dorpen. De mensen bleven door die enorme energie zo driftig en ongeremd aan hun bezigheden, dat ze er uiteindelijk dood bij neervielen.

Nu is er van dat land niets meer over dan een vuurspuwende berg.
An Cuijpers-Rutjens
November 1994

Read Full Post »

Wat hebben we flink gemopperd op het regenrijke weer van de afgelopen weken! Zo niet Resi: die werd daar juist lyrisch van en dat leverde een mooie sfeertekening op.

 

imagesT4HLGKRQ

 

’t is hartje zomer
de dagen voorbij laat de droogte
de aarde gebarsten achter
in een gecraqueleerde patroontekening

dan verschijnen er grijzige tinten
aan de verre einder
’t grauwe grijs ontlaadt
in regen hagel bliksem en gedonder

een half uur later rest
slechts de geur van regen
de belofte van vruchtbaarheid en
de frisheid van het verstofte groen

Resi Faessen-Teeuwen
Juli 2016

Read Full Post »

Enkele geleden heeft u massaal het Peelgedicht van ons oud-lid Mia Frenken gelezen. Ook dit prachtige, klassieke gedicht over onze streek heeft geen aanbeveling nodig!

images508YR6H1 imagesYDX0EX96

Peellandschap

Van verre zie ik torens
In het vlakke landschap staan
De klokketonen drijven op de wind,
boven de “zesde baan”.

De harde werkers van De Peel
gebogen in de voorjaarswind
verdienen daar een karig loon
en warmte voor vrouw en kind.

Als knoestige bomen in de wind,
zijn hun stramme weerbarstige lijven
en ’s avonds wacht hen een sober thuis
waar vrouw en kinderen verblijven.

De harde werkers van De Peel
het veen waarop hun benen staan
doorheen de turven waait de wind
als het werken is gedaan.
Mia Frenken-Rutjens
1982
(Door de Peel gegrepen, 2003)

Read Full Post »

Van onze trouwe volger Merel kregen wij het mooie woord vleugels op om over te schrijven. Daar wist An, op haar heel eigen wijze, wel raad mee:

 

2

 

in mijn droom heb ik vleugels gekregen
en ik vloog toen naar de zon
hoog ben ik ermee opgestegen
tot ik niet meer hoger kon
zonnegolven wolkten rond mij
mijn vleugels zijn er door verbrand
en op de grote Mookerhei
ben ik zonder parkeerbiljet geland

An Cuijpers-Rutjens
Juni 2016

En natuurlijk met dank aan Trui voor het woord parkeerbiljet!

Read Full Post »

De maand van het spannende boek en daarom kiezen we natuurlijk voor een keigoed en mooi verhaal van onze eigen “master of suspense” José! Een verhaal om van te watertanden… Met hartelijke dank aan Franca voor het geheimzinnige woord “kruupstruukerig” (zie inleiding).

italia

Op onze vraag of er iemand woordjes had waar we bij de SKO wat mee konden schrijven – voor het voor ons zo geliefde blikken trommeltje van Anja – kregen we een woord van Franca. Kruupstruukerig! Een door haar zelf vaak gebruikt woord voor als het niet gaat of voelt zoals het zou moeten gaan of voelen. Volgens haar omgeving bestaat het woord niet eens maar zelf denkt Franca dat ze het toch wel ooit ergens gehoord heeft. Om haar toch niet teleur te stellen en omdat het woord José wel waanzinnig goed in de oren klonk heeft ze er een persoonlijk projectje van gemaakt en er een kort verhaal mee geschreven. Hoop dat het enigszins aan je verwachtingen voldoet Franca!

Mise en place

Ze vloekt hartgrondig als ze zo eens om zich heen kijkt. De hond in de pot vinden is hier meer regelmaat dan uitzondering. Niet dat er niet genoeg te eten is, integendeel, teveel eten en te weinig klanten zodat haar twee honden letterlijk alles opvreten wat er in haar pannen en potten zit aan het einde van de dag. Het scheelt natuurlijk dat ze niet veel hondenbrokken hoeft te kopen maar dat was niet de opzet geweest.

Haar stageplek in het kleine rustieke Italiaanse restaurant had haar leven helemaal veranderd. Het lieve stel dat al bijna vierenveertig jaar deze zaak runde had haar met open armen verwelkomd alsof ze een verloren kleinkind of lievelingsnichtje was. Als leerling-kok kreeg ze alle kans zich te ontplooien en uit te groeien tot een volwaardig chef. Steeds vaker hadden Gio en Flora haar de scepter laten zwaaien, tot groot ongenoegen van Carlo die hoopte ooit de zaak te erven van het kinderloos echtpaar. De lijpo was alleen maar bezig met flirten, vrouwelijke klanten of leveranciers. Zelfs Madonna, de serveerster was niet veilig voor zijn nooit aflatende dubbelzinnige uitspraken en halfslachtige pogingen om macho en sexy over te komen.

De rillingen lopen Jasmijn over het lijf als ze aan die viespeuk denkt. Zijn gore tengels hadden haar ook ooit bijna betast. Bijna! Ze had zijn pols gegrepen en hem dusdanig verdraaid dat hij het uitgilde van de pijn.
‘Eén ongepermitteerde aanraking en je zult het berouwen miezerig mannetje!’, ze had hem daarbij ijskoud in zijn hazelnootkleurige ogen gekeken. Zelfverdedigingslessen zijn hun geld waard. Hij nam letterlijk en figuurlijk afstand maar probeerde haar op andere manieren onderuit te halen. Kinderachtige dingetjes die zo doorzichtig waren als een te vaak gewassen vitrage. Per ongeluk teveel zout in haar bouillon doen of de temperatuurknop van de oven een tikje geven zodat er zwartgeblakerde gerechtjes tevoorschijn kwamen. Spuugzat was ze het geweest en de klanten rekenden het natuurlijk de chef aan dat het eten smakeloos was, of überhaupt niet te freten zoals sommige critici zelfs melden op hun foodblogs. De klandizie was zienderogen dramatisch achteruit gehobbeld.

Afgelopen met die flauwekul. Vanaf morgen presenteert ze de nieuwe kaart met de nadruk op authentieke gerechten naar traditionele recepten van echte Italiaanse nonna’s. Hierbij is het gebruik van alles wat voorhanden is een specifiek kenmerk. Je kookt met alle onderdelen van een beest – van kop tot kont. Zo gaat er zo min mogelijk verloren en haal je meer rendement uit je inkopen. Het uitbenen is ze nog niet verleerd dus dat is geen enkel probleem. Haar kachels staan al vol grote pannen. De bouillons en stoofpotten verspreiden een heerlijke geur door de vele kruiden die ze zelf gekweekt heeft in de kleine tuin achter het restaurant. Het weinige afval belandt op de composthoop die ze regelmatig omzet zodat de insecten hun werk kunnen doen. Recyclen is een kunst die ze onderhand goed onder de knie heeft.
Als laatste maakt ze het hoofd schoon. Ze had een geweldig recept gevonden in een oud kookschriftje van Flora’s oma. Ze spoelt de hersenen goed schoon onder koud stromend water en haalt ondertussen voorzichtig het dunne vliesje er vanaf. De marsalasaus staat al te pruttelen en ze kneust nog wat salie om toe te voegen. Morgen alleen nog even de plakjes hersenen bakken en dan nog even mee sudderen in de saus.

Met een tevreden blik kijkt ze naar de voorraad eten die ze morgen aan haar gasten gaat voorschotelen. Haar mise en place ziet er indrukwekkend uit.
De uitgebreide kaart zal door de criticasters waaraan ze een uitnodiging heeft gestuurd grondig en zonder mededogen beoordeeld worden. Daarna zal de definitieve kaart gemaakt worden met alle goed gerecenseerde gerechtjes. Ze heeft er zin in en draait met een vastberaden trek op haar gezicht alle gaspitten uit en maakt nog snel de keuken schoon. Haar restafval nog even naar buiten brengen en meteen naar huis om nog een paar uurtjes slaap proberen te pakken want morgen is D-Day, erop of eronder….

Alle stoeltjes zijn bezet en de tafels bezwijken bijna onder de hoeveelheden kleine gerechtjes die Jasmijn bedacht heeft. De twee extra serveersters die ze heeft ingehuurd rennen onder de bezielende leiding van Madonna heen en weer met drankjes en extra Foccacia en kommetjes goede olijfolie met wat vers gemalen zeezout erin. De keuken is een waar strijdtoneel waar zelfs Flora en Gio alle zeilen bijzetten om haar te helpen. Carlo is natuurlijk weer eens nergens te bekennen, zogenaamd ziek gemeld moppert ze als Gio vraagt waarom hij er nog niet is. Voordeel is wel dat hij het niet kan verzieken vandaag met zijn wonderlijke toevoegingen of zijn zogenaamd onopzettelijke vergissingen. De gasten lijken enorm te genieten zo aan de gezichten te zien. De opgewekte gesprekken en verwonderde kreetjes laten Jasmijns hart zingen. De subtiele knoflookgeur en de kruidige basilicum beroeren haar neus terwijl ze door de grote pan pastasaus roert. Flora giet de pappardelle af zodat Jasmijn haar handen vrij heeft om de pasta te voorzien van de heerlijke saus. Als de laatste kommen de keuken uitgaan zucht ze eens diep en bereidt zich voor om als laatste de cacaolaag over haar vers gemaakte tiramisu te strooien en het vers gedraaide ijs uit de vriezer te halen zodat het wat kan acclimatiseren.

Een onheilspellende kreet verbreekt de gemoedelijke rust. Stilte die wordt gevolgd door geroezemoes en dan misselijkmakende braakgeluiden bereiken haar vanuit de eetzaal. Ze rent door de klapdeuren de zaal in en ziet van alles tegelijk gebeuren. Gasten aan tafel vier die geschokt naar een kom pasta kijken van een blonde blogster die wit wegtrekt en dan haar hele maaginhoud over de vloer uitspuugt. Jasmijn baant zich een weg naar de tafel en duwt de opgesprongen, nieuwsgierige gasten van de omringende tafels aan de kant. Ze neemt de bewuste kom pasta in haar handen. ‘Fuck! Vuile klootzak!’ Een hazelnootkleurig oog lijkt haar uit te lachen en ze gooit met een wilde zwaai de kom tegen de witgepleisterde muur.

De glans is eraf, de dag begon zo stralend en eindigt met een domper. De handboeien knellen, haar polsen lijken niet veel bloed door te geven aan haar handen. Haar vingertoppen zijn volgens haar zelfs al dood en begraven. Het euforische gevoel allang verdwenen. Toegegeven, dit was niet echt haar dag geworden. Kruupstruukerig voelt ze zich. Niet het geplande succes maar een dag die ze snel wilde vergeten. Bummer ….

©José mei 2016

 

Read Full Post »

« Newer Posts - Older Posts »